Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aamborstigheid.

De aanval van aamborstigheid doet den lijder uit den slaap opschrikken; bij springt met volkomen bewustzijn op, om snel eene opgerigte houding aan te nemen, waarin hij ligter lucht krijgt.

De zieke is buiten staat, om de borstkas gedurende den aanval volledig uit te zetten; hevige stuipachtige bewegingen van alle hulpspieren der adetnhalinsr.

Nachtmerrie.

De nachtmerrie is een toestand van halfwaken; de zieke is verdiept in droom voorstellingen; gelukt het hem , geheel wakker te worden , dan is de aanval ook voorbij. De zieke blijft gedurende den aanval in eene liggende houding.

De zieke heeft wel het gevoel, als of er een gewigt op zijne borst drukte, maar ademt desniettemin volledig; de ademhalingsbewegingen worden gemakkelijk verrigt.

Oorzaken.

§ J-I4. Het onderzoek der ontleedkundige veranderingen in de lijken van aamborstigen verschaft geene voldoende opheldering omtrent de naaste oorzaak van de aamborstigheid. Daar die veranderingen hoogst verschillend zijn en even goed kunnen ontbreken, als aanwezig zijn , hebben zij , ofschoon zij zeker in eene oorzakelijke betrekking tot de aamborstigheid staan, toch slechts de waarde en het gewigt van een meer verwijderd oorzakelijk punt, dat op zich zeil alleen nimmer aamborstigheid kan te weeg brengen. Ook kunnen stoffelijke veranderingen van de het ademhalingsbedrijf besturende of beheerschende deelen des zenuwstelsels, der zwervende-, der middelrifszenuwen , der hersenen en des ruggemergs, niet voor den laatsten grond dier aamborstigheid doorgaan, welke eenige schrijvers als idiopathische aamborstigheid hebben onderscheiden; deze veranderingen worden veel vaker gemist, dan zij aanwezig zijn. Hetzelfde geldt van vele andere oorzaken, die aamborstigheid zouden verwekken, van volbloedigheid, van zwakte, van Onderdrukking van zweet, van huiduitslag, van ziekteverplaatsing' der jicht enz. Zal er aamborstigheid tot .stand komen (en deze aamborstigheid is zonder de genoemde oorzaken opmogelijk !), dan moet er een eigenaaidige toestand der ademhalingswerktuigen aanwezig zijn, dien wij juist niet kennen, die zich, tot dusver ten minste, niet uit tastbare kenteekenen laat herkennen, dien wij in onze onwetendheid, voorbeschiktheid, aanle™ tot aamborstigheid noemen, maar die juist de naaste en binnenste grond van den aamborstigen toestand zeiven is. Bestaat nu die aanleg in eenen eigenaardigen toestand der ademhalingszenuwen, in eene bijzondere hoedanigheid der het ademhalingsbedrijf besturende deelen van de middelpunten des zenuwstelsels, in eene zekere hoogte van terugkaatsings-opwekbaarheid binnen in dit bewerktuigd gebied, — wij weten het niet. Mogen wij aan vermoedens toegeven, dan zou voor ons het aannemen van eene in het bewerktuigd maaksel oorspronkelijke specifieke terugkaatsings-opwekbaarheid de meeste aannemelijkheid hebben. Wij hebben elders (1) het aandeel der terugkaatsingswerkzaamheid aan de opwekking van den aanval van aambortigheid nader toegelicht. Alle overige invloeden en toestanden, die men

(1) Verg. die Kraukheiten des hbheren Allers. Bd. II. S. 152.

Sluiten