Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men ligt meer schade dan nut doet. Men bevrijdt den lijder van alle naauw sluitende kleedingstukken; de stikkende angst dwingt hem zeiven reeds, spoedig eene regtopzittende houding aan te nemen, en met uitgespreide handen een steunpunt te zoeken, ten einde de hulpspieren van de ademhalins hare volle werkzaamheid kunnen ontwikkelen; koele zuivere lucht

o '

doet den lijder goed, men opene de vensters, verwijdere overtollige toekijkers, verbiede den lijder het spreken en de beweging. Al gevoelt men zich ook geneigd uithoofde van de stikkende benaauwdheid en de belette ademhaling, eene ader te openen, dan verbiedt de ondervinding toch, deze hulp bij de aamborstigheid aan te wenden, waar een volbloedig gestel, voorafgegane plotselinge onderdrukking van bloedvloeiingen en ondubbelzinnige verschijnselen van dreigende hersen- of longberoerte (kersroode kleur en opzwelling des gelaats, opzetting der halsaderen, slaapzucht, ijlen, bloedhoesten) haar niet dringend vereischen. De aderlating schijnt wel voor het oogenblik eenige verligting te verschaffen; maar de aanval houdt daarna langer aan, de tusschenpoozen worden niet vrij, er blijft uitputting na, en bij een voortgezet misbruik der bloedontlastingen volgt er spoedig kwaadsappigheid en waterzucht op (1). Even weinig helpt ontijdig purgeren in en buiten de aanvallen, ofschoon het als regel geldt, dat men geene verstopping bij aamborstigen dulden mag.

§ 1232. Het aantal der deels in den aanval, deels in de tusschenpoozen aangewende antiasthmatica is groot; eene zekere mate van rijkdom van zulke middelen is eene behoefte, daar de vatbaarheid der lijders dikwijls snel voor het een of ander middel verstompt wordt en afwisseling noodzakelijk wordt, en daar zenuwzieken altijd hoogst verschillend op bijzondere geneesmiddelen terugwerken. De voornaamste antiasthmatica zijn:

§ 1233. o) De narcotica. Onder deze heeft men zoowel in den aanval, als gedurende de vrije tijden opium, datura stramonium, lobelia inflata, nicotiana, blaauwzuur en laurierkerswater, cicuta, digitalis, lactuca virosa, nux vomica, aconit, belladonna, bignonia catalpa enz. gebruikt. Den meesten naam hebben zich opium, stramonium, lobelia inflata en tabak verworven. Men wendt deze middelen inwendig aan; men laat ook de bladen der drie laatsgenoemden, totdat zij een ligte verdooving veroorzaken, uit pijpen rooken, of den damp daarvan inademen. De werkzaamheid der narcotica wordt dikwijls verhoogd en hunne "schadelijke bijwerkingen te gelijk verhoed , wanneer men ze met vlugge zenuwmiddelen, vooral met valeriaan, kamfer, muskus, met de aethersoorten, met ammonia verbindt (2).

(1) Yolgens Fa. Hoffïïann moeten aderlatingen nooit in den aanval zeiven verrigt worden, en Bree , met vele andere practici, zegt, dat door aderlatingen de aanval niet verkort, maar d& fluimlozing veeleer vertraagd wordt, en dat daarna in de tusschentijden grootere moeijelijklieid in de ademhaling nablijft, dan na de aan hen zei ven zonder aderlating overgelatene aanvallen.

(2) Yolgens Copland vertoonen de narcotica hunne werking zelden voor den afloop van eenen zekeren tijd, die naar de ontvankelijkheid des lijders verschilt. Dan verdwijnt ook de aanval zonder eenige geneesmiddelen. Men moet de narcotica altijd in volle giften toedienen; vooral kan men dit doen, wanneer men ze met prikkelende middelen verbindt. Laennec geeft den raad, om met kleine giften te beginnen, en langzamerhaud te klimmen, alsook, om zoo mogelijk de narcotica in zelfstandigheid aan te wenden. Breb is, zeker wel ten onregte, een vijand van deze

Sluiten