Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e) Een gelijk verschil van gevoelen bestaat ten opzigte van de verwekking der valsche geruischen in het hart door volbloedigheid en bloedgebrek. Het blaasbalggeruisch houdt soms na eene aderlating op, bij vrouwen zou men somtijds ten tijde van het naderen der stonden het geruisch hooren; dit geeft echter nog geen regt, om daaruit op te maken, dat volbloedigheid de oorzaak van dit geruisch is geweest, nadat wij reeds aangetoond hebben, dat ook gebreken der klapvliezen onder zekere voorwaarden, b. v. bij vermeerderde werkzaamheid van het hart, geruischen voortbrengen. Minder twijfelachtig is de waarneming van hartgeruischen bij anaemische, bleekzuchtige voorwerpen; maar zeer waarschijnlijk is het, dat deze geruischen alleen uit de voortplanting der slagadergeruischen ontstaan, weshalve zij dan ook in het hart meestal slechts zwak hoorbaar zijn. Skoda geeft het ontstaan van hartgeruischen noch door volbloedigheid, noch door bloedgebrek toe, en Kürscumer merkt aan, dat bij bleekzuchtigen werkelijke ziekten der klapvliezen niet zoo heel zeldzaam zijn en buitengemeen dikwijls met stoornissen van den stondenvloed zamenhangen. Dit onderwerp verdient een nader onderzoek (1). Kürschner is het met Skoda eens , dat de geruischen slechts bij organische ziekten van de inwendige vlakte der hartholten en der klapvliezen voorkomen.

§ 44. Het zijn dus bij voorkeur organische veranderingen der klapvliestoestellen, tot wier herkenning wij de valsche geruischen gebruiken. Tot herkenning, welke hartmond ziek is, óf een slagaderlijke, óf een aderlijke, óf een mond van het linker of het regter hart, óf vernaauwing óf onvoldoendheid van den veranderden klapvliestoestel het geruisch te weeg brengt, — dienen de volgende punten : ,

a) De plaats van het- geruisch. Het geruisch is altijd het duidelijkst in de onmiddellijke nabijheid der plaats van zijn ontstaan en wordt zwakker naar mate van de verwijdering van de plaats van oorsprong; met het mijtervormig klapvlies komt de streek onder den tepel, met het driepuntig klapvlies de streek onder de vierde rib kort bij het borstbeen en aan het ondereinde des borstbeens overeen; boven de vierde rib kort bij het borstbeen liggen de slagaderlijke monden. Daar de sterkte van het geruisch afneemt, hoe verder men het oor van deszelfs zitplaats verwijdert, heeft men in het vergelijkend onderzoek van de omgeving van het hart eenen wegwijzer; ontstaat het geruisch in het linker hart, dan verliest het zich, hoe verder men den stethoscoop naar de regter zijde brengt, en in plaats van het geruisch hoort men de natuurlijke harttoonen; het omgekeerde geldt ook voor de geruischen van de regter helft van het hart.

b) Of het geruisch met het tempo van de zamentrekhing (van den eersten harttoon) of met (fat van de uitzetting der kamers (van den tweeden harttoon) zamentreft: eerste en tweede hartgeruisch. Valt het geruisch in den eersten harttoon, dan is óf vernaauwing der slagaderlijke óf onvoldoendheid der auriculo-ventrieulairmonden de oorzaak ; valt het geruisch op den tweeden harttoon, dan kan de oorzaak óf vernaauwing der auriculo-ventriculaire-, óf onvoldoendheid der slagaderlijke monden zijn.

troffen, die echter geen geruisch voortbragten. wanneer er niet tevens eene verandering in de hartmonden of de slagaderen plaats vond" (t. a. p. S. 371).

(1) Hope wil bij dieren het blaasbalggeruisch door herhaalde bloedontlastingen voortgebragt hebben.

Sluiten