Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5 47. Geruischen van het hartezakje. Noch het hart door deszelfs wrijving tegen het hartezakje gedurende de bewegingen van het hart, noch het hartezakje door deszelfs wrijving tegen den borstwand of tegen de longen , verwekken in den natuurlijken gladden toestand dezer deelen een hoorbaar geruisch. Dit kan echter ontstaan, zoodra de elkander wrijvende vlakten door vezelige uitzweetsels, door pleksgewijze verkraakbeening, of verbeening ruw en oneffen worden ; dit tegennatuurlijk geruisch noemt men hartezakgeruisch en onderscheidt een in- en uiticendig naar gelang de oorzaak van het geruisch binnen of huiten de holte van het hartezakje gelegen is.

§ 48. Het hartezakgeruisch heeft een verschillend karakter en men heeft hiernaar een ledergeruisch (bruit de cuir neuf), een krakend geruisch (bruit de craquement), een schavond geruisch (bruit de raclement), een perkementgeruisch (bruit de parchemin), of ruischend geruisch, even alsof men zijde kreukelt (Boeillaed's frölement péricardique) onderscheiden ; ook kan bet hartezakgeruisch blaasbalgachtig Zijn. Booillacd heeft aan deze verschillend luidende geruischen bepaalde beteekenissen gegeven, de zachtere wrijvingsgeruischen zouden ontstaan , wanneer de bladen van het pericardium nog eerst droog en kleverig zijn, of zich eerst met uitzweetsel beginnen te bedekken, — de ruwere, wanneer de schijnvliezen zeer digt en weêrstandbiedend zijn, — de ruwste, zoo als het krabbend geruisch, zouden slechts door been- of kalkachtige , of vezelig-kraakbeenige zamengroeisels veroorzaakt worden. Skoda merkt aan, dat men niet enkel de opgenoemde, maar alle soorten van geruischen, die in het binnenste van het hart ontstaan kunnen, met uitzondering van het fluitend geruisch als wrijvingsgeruisch hoort, en dat uit het karakter van het geruisch de verandering in het hartezakje evenmin in hare hoedanigheid te herkennen is. De sterkte van het wrijvingsgeruisch en deszelfs ruwheid hangt niet enkel van de hoedanigheid der schijnvliezen , maar ook van de kracht der bewegingen van het hart af; zijn deze sterk, dan zal ook het geluid ruwer, zijn zij zwak , dan zal het geruisch zachter zijn.

§ 49. Hoe kan men het hartezakgeruisch van de hartgeruischen onderscheiden? Volgens Bioillacd is het hartezakgeruisch meer oppervlakkig en uitgebreid, dan de in eene omschrevene ruimte plaats grijpende klapvliesgeruischen , is dubbeld gelijk de beweging van het hart, en sterker bij de zamentrekking dan bij de uitzetting van het hart. Deze onderscheidingsteekenen zijn niet voldoende; de klapvliesgeruischen zijn niet altijd omschreven, noch de wrijvingsgeruischen van het hartezakje b. v. bij omschrevene afzetting van beenplaatjes, altijd verspreid. Skoda geeft als onderscheidingsteeken op^ dat de hartgeruischen altijd naauwkeurig met den rhythmus van den hartstoot en den harttoon overeenkomen, dat daarentegen de wrijvingsgeruischen van het hartezakje als het ware achter de hartbewegingen naslepen. Dit onderscheid is echter alleen dan waarneembaar, wanneer het wrijvingsgeruisch niet geheel kort is. KÜRsensER geeft de volgende regelen op: » Zoodra een harttoon alleen met blaasbalggeruisch gepaard gaat, kan het geruisch niet in het hartezakje zijn ontstaan. Worden beide toonen vergezeld of vervangen door een geruisch, dan zal het geruisch, zonder af te breken of na te laten, in den tijd tusschen twee polsslagen voortduren, wanneer het in de kamers is ontstaan; daarentegen neemt men in het hartezakje twee scherper afgescheidene geruischen waar, waarvan een met de zamentrekking en het ander met

Sluiten