Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk naarmate van de toenemende stoornis van den bloedsomloop zuchtige zwelling der ledematen en opklimming der weiuitstortingen , hebbelijk worden der moeijelijke ademhaling met onrust en groote angst, blaauw worden des gelaats.

§ 97. Bij hypertrophia totius cordis (die altijd met verwijding verbonden is) is de aanstoot zeer krachtig en ver uitgebreid, onder de sleutelbeenderen en zelfs op den rug voelbaar; de kloppingen zijn zeer krachtig als hamerslagen en de betastende hand wordt door korte hevige stooten als het ware weggestooten. Zelfs bij ontbrekende opwekking schokken de hartslagen het hoofd, de ledematen, de deksels des lijders. Dikwijls zijn de slagen der kropslagaderen, der spaakbeens- en andere oppervlakkige slagaderen zigtbaar. De harttoonen zijn sterk en ver uitgebreid; de pols hard, trillend, vol.

§ 98. Men vermoedt, dat inzonderheid de linker kamer liypertrophisch is, wanneer de aanstoot meer naar de linker zijde in eene kleine uitgestrektheid bijzonder hevig is, wanneer de borstkas bij de spaakbeensslagdderpols krachtig, zelfs woest is, hetgeen vooral in de kropslagaderen in het oog loopt, wanneer de verschijnselen in het hoofd den boventoon hebben, en die van de ademhaling geringer zijn of geheel ontbreken, wanneer zich in den geheelen habitus des lijders meer de verschijnselen van terugwerking dan die van passive bloedophooping kenbaar maken (roode gelaatskleur, levendigheid in zijne handelingen), wanneer wei uitstortingen, beklemming, hoest eerst te laat verschijnen.

§ 99. Hypertrophie van het regter hart onderscheidt zich daardoor, dat de hartstoot onder het borstbeen en in den bovenbuik het sterkst is en door de percussie meer eene uitbreiding van den doffen harttoon naar de regter zijde toe wordt waargenomen. De uitwendige strotaderen zijn gezwollen en men herkent in dezelve dikwijls de aderlijke klopping (1). Van het begin af aan zijn de moeijelijkheden in de ademhaling grooter en bereiken eenen veel hoogeren graad dan in de hypertrophie van de regter kamer; hier bijzonder dikwijls bloedspuwing, longbloeding, slepende luchtbuisontsteking, rijkelijke afscheiding van de luchtbuizen, zelfs acute zuchtige zwelling der longen en longontsteking. Overal zijn de verschijnselen van den stilstand van het aderlijk bloed meer uitgedrukt, in de opgezetheid en de blaauwe tint des gelaats, en de spoedig verschijnende weiuitstorting in de ledematen.

§ 100. Voor de hypertrophie der hartboezems kennen wij geen bijzondere teekenen. Bij eenvoudige hypertrophie ondergaan de verrigtingen over het geheel geringe stoornissen; de zieke heeft een levendig uitzigt en is geneigd tot active bloedingen. Uitmiddelpuntige hypertrophie vermoedt men , wanneer na eiken hartstoot het hart, als het ware, snel van het borstbeen af schijnt terug te zakken (Hope's terugstoot, back-stroke), wanneer bij de tee-

(1) Lancisi hechtte reeds veel waarde aan dc zwelling en klopping der uitwendige strotaderen ; Laennec vond dit teeken nooit in hypertrophie van het linker hart; ook bevestigt IIope het kloppen der strotaderen als teeken van hypertrophie der regter kamer. Zal echter het bloed in de strotaderen terngborrelen en daardoor den aderlijken pols te weeg brengen , dan moet er verwijding van de regter kamer en tevens ook onvoldoendheid van den aderlijken mond bestaan (Bkrtik). Dc klopping beperkt zich gemeenlijk tot het onderste gedeelte der strotaderen en verliest zich naar het middelste gedeelte van den hals; soms strekt zij zich verder, zelfs tot over de strotaderen uit.

Sluiten