Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en jijat slechts eene holte van het hart, in dit geval veelvuldiger de re°te kamer en de l.nter boezem. Nooit bereikt het hart een zoo aanzienlijken mvang als in de gevallen van verwijding met hypertrophie. De uitzetting van faet hart grijpt meer in de dwarste dan in de lengte plaats; het aldüs verwijd hart wordt afgerond, is aan de spits even breed als aan de «rond. vlakte en heeft de gedaante van een weitasch. Is slechts eene kamer verwijd dan zakt de spits daarvan lager af, dan die van de andere: echter is hier d,e onevenredigheid lang zoo duidelijk niet als bij hypertrophie. De verdunning der zelfstandigheid van het hart is meest gelijkmatig; de linker amer kan zoo dun worden als de regter, en deze zoo dun als de boezems; het meest valt de verdunning aan de hartspits in het oog; hier schijnt dikwij s behalven de elkander bijna aanrakende plaatsen van het endocardium en het weivliesovertreksel van het hart bijna niets dan een weinig vet van e hartzelfstandigheid te zijn overgebleven; het hart gelijkt op eene fletscbe bleeke blaas, wier wanden men.zpo als Hcter zich uitdrukt, als handschoenenleder met den vinger kan indrukken; het dikste gedeelte der wan. den van de linker kamer heeft soms slechts eene dikte van 2 lijnen de spits de dikte van § lijn. De hoedanigheid van het hart nadert tot den'toestand van verweeking of is reeds daarin; zijne kleur is bleek, bijna «elac ig, soms echter ook violet; de vleeschkolommen zijn platter, zwakker, eeker u,t elkander gerukt gespannen, verteerd, soms zelfs verscheurd; et verbindend celweefsel tusschen de spiervezelen is broozer. Het tusschenschot verliest door de verwijding veel minder in dikte en vastheid dan het overig gedeelte der hartwanden. Bij gelijktijdige verwijding der kamers en boezems van eene helft van het hart zijn doorgaans ook de tusschenliWpde aderhjke mond en de inmondende aderen verwijd en het klapvlies is onvoldoende. De regter hartholten kunnen verwijd zijn met verdunde wanden bij hypertrophie der linker helft van het hart. Eenvoudige verwijding van de hartholten gaat steeds met verwijding der slagaderlijke monden en zeer dikwijls met tegennatuurlijke wijdte van den geheelen loop der aorta en der longslagader gepaard (Hasse). Vernaauwing der beneden of zeldzamer der boven de verwijde holten gelegene monden is eene gewone zamenstelling, ziekte van het mijterkiapvlies veroorzaakt dikwijls niet alleen verwijding van den linker hartboezem, maar door terugwerking op den bloedsomloop m d. 0.1 „ 8elijk «„ijdins der „»gler hoftenP 0e

ren van het hart zijn wijd en sterk met bloed gevuld. De verwijding kan bijzonder bij gelijktijdige verweeking, tot aan verscheuring van het hart voortgaan (Hope, Wiiliais). 6 art

h V??- ^an ki zjetelÖte yerwijding moet de eenvoudige uitrekking der hartholten door bloed, welke vooral bij eenen langzamen dood slechts" uitwerksel van den doodstrijd is, worden onderscheiden. Deze onderscheiding is -et altijd zeer gemakkelijk. De kenteeKenen zijn, dat de ziekdik! verwijding der holten door de ontlediging van haren inhoud niet tot een wL •TT"® 'T °°k maakt de rnis*°«-ming zich dikwijls daardoor

li U J ' ? ZU "f rSe[ M 6en °f ander Sedeelte der hartwanden beperkt, dat de verwijde hartholten niet door haren inhoud gespannen maar

integendeel meer of minder slap zijn. Een door bloedopvulling op-ez^t hart

is gespannen, en zakt ineen, zoodra men zijn uihoud ontlast. pJRr is

Sluiten