Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt, de ledematen en het gelaat koud worden, de pols klein en zwak is en in de loodkleur des gelaats de plotselinge belemmering van den aderlijken bloedsomloop openbaar wordt; de stethoscoop zou soms valsche geruischen, blazen, fluiten, muzijkgeruisch in plaats van de harttoonen, de plessimeter eene grootere uitbreiding van den matten toon, vooral in de streek van het regter hartoor laten herkennen (1); eindelijk maken slaapzucht, braken, snorkende ademhaling, stuipen (ten gevolge van de bloedovervulling in de hersenen), door den dood een einde aan het lijden. Gelijke verschijnselen, met hetzelfde karakter van plotseling aanvallen midden in het beloop van slepende hartziekten, zouden ook voor deze den uitgang in polypeuse zamengroeisels beteekenen. Deze toevallen zouden soms tusschenpoozend verschijnen , in onbepaalde tusschenruimten opkomen en even plotseling ophouden als zij begonnen zijn, hetgeen men daaruit zoekt te verklaren, dat de nieuwgevormde massa ten minste aan een uiteinde los drijft en de daardoor verstopte hartmond bij afwisseling weder vrij wordt.

Oorzaken.

$ 274. Wij zijn nog ver af van de kennis der voorwaarden, onder welke zich zoowel de onware, als de ware polypen van het hart vormen. Men neemt aan, dat de eerste na den dood evenzoo ontstaan, als het bloed over het geheel in den toestand van rust stolt. Voor zoo ver dit echter alleen van dat bloed waar is, dat in aanraking is met de dampkringslucht, en in een van de lucht afgesloten vat het bloed lang vloeibaar blijft, ontmoeten wij reeds eene tegenwerping van belang. Men heeft zich wel daarmede geholpen , dat men het gehalte aan lucht in het bloed als voldoende tot het bewerken van het stollen voorwendde; maar deze uitvlugt schijnt niets minder dan houdbaar te zijn. Wij zijn inderdaad eer geneigd te gelooven, dat zich deze stremsels op het oogenblik van den dood vormen , men vindt ze niet of hoogst zeldzaam in gevallen van snel plotseling afsterven, waar de zamentrekkingen van het hart op eens ophouden, en toch moesten zij zich hier even goed kunnen vormen, zoo de stilstand des bloeds alleen oorzaak van het stollen was. Hoe sterker en langer de doodstrijd, hoe grooter de belemmering van den bloedsomloop in het oogenblik van het sterven is, des te eer komen deze stremsels tot stand en dit is te verklaren, doordat in zulke gevallen de werkzaamheid van het hart van lieverlede uitgedoofd wordt ■ zijne zamentrekkingen duren op het laatst nog wel eenigermate voort, maar gelijk men dit bij het openen van levende dieren ziet, gaan zij over in zwakke wormsgewijze bewegingen, die niet meer in staat zijn, om het bloed uit de hartkamers volledig voort te drijven, maar toch door de aan het stilstaand bloed medegedeelde trilling de vezelstof tot stolling brengen. Men kan met Hasse aannemen, dat deze uitwerking zich het eerst in de tusschen de vleeschkolommen ingezakte bloeddeeltjes openbaart en zich van hier uit over den overigen inhoud van het hart uitbreidt. Veel zal hier van de neiging

(1) Leghotjx geeft als karakteristiek verschijnsel eene aanzienlijke vermindering van den helderen klank der hartslagen op , die duisler, dof en wild worden, op het oogenblik, waar alles een toestroomen van bloed naar het hart aanduidt. Wat Leghoux hiermede wil zeggen, is ons niet duidelijk.

Sluiten