Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I'bydr. T. II. p. 131. — Zie de werken orer hartziekten v. ConviSAar, Testa, Kretsig, Laennec, Bertik , Hope, Bouieiaud, Piorry, Pigeabx enz. — Naemahn, 1. c. Bd. I. p. 245. — Lossteiiï, 1. c. S. 322. — Copeakd, Encyclop. Wörterb. Bd. V. S. 96. — Bodulaed, in Universallex. Bd. VII. S. 503. — Darwail, in Cyclop. of pract. Med. — Reïnaud, in Dict. de Méd. 2de Édit. T. XV. — Joy , in Library of Med. T. III. p. 375. — Monkebet , Compendinm etc. Vol. IV. p. 583. — Piorry, 1. c. p. 210. — Craber , in ■SciutiDr's' Encyclop. Bd. III. S. 415. — Schch, in Oesterr. med. Jahrb. Bd. XXIV. Sciimidt's Jabrb. Bd. XXXII. S. 19G. — Skoda, Oesterr. med. Jabrb. Marz. 1841. Phiiipp's Jahresbericht. 1841. S. 39.

§ 285. Onder den naam van »waterzucht van het hartezakje" wordt iedere bestendig en slepend gewordene vochtverzameling binnen in de holte van liet hartezakje begrepen, om het even welke de oorsprong en de hoedanigheid van het vocht is. Eene idiopathische , of ware , en eene consecutive, of symptomatische hydropericardia te onderscheiden, is ondoenlijk om de alsdan overmijdelijke verwarring der denkbeelden. Elke verzameling van vloeistoffen laat zich mogelijk aan een haar te weeg brengend ziekelijk bedrijf, aan ontsteking, of belemmering van den bloedsomloop, of ziekteverplaatsing enz. toeschrijven; en in zooverre bestaat er slechts een symptomatische waterzucht van het hartezakje. Wil men onder den naam van »idiopathische waterzucht van het hartezakje" die gevallen rangschikken, waar de oorzaak in het duister gehuld is, dan is daarmede voor de verklaring der ziekte niets gewonnen.

Ontleedkundige kenmerken.

5 286. Wanneer mag eene ziekelijke verzameling van vocht in het hartezakje aangenomen worden. Een paar eetlepels vol wei, en zelfs tot 8 oneen vocht en meer vindt men zeer dikwijls na den dood in het hartezakje, zonder dat in het leven de geringste verschijnselen de aanwezigheid daarvan hadden aangetoond. Deze uitzweeting vormt zich gedurende eenen lang aanhoudenden doodstrijd en bijzonder in het laatste tijdperk van ziekten, waarin de verrigting der ademhaling aanmerkelijk gestoord was, na longtering, luchtbuisontsteking, dood door verstikking enz. (1). Reynaud houdt eerst eene uitstorting, die de hoeveelheid van 4 tot 5 oneen overschrijdt, voor wezenlijk ziekelijk. Daarmede is echter nog niet gezegd, dat ook zulk eene uitstorting de verschijnselen van hydropericardium moet voortbrengen; Laennec houdt het voor onmogelijk, om eene uitstorting, die niet voor het minst een pond bedraagt, bij het leven te herkennen ; op de snelheid, waarmede de uitstorting plaats grijpt, zal het gedeeltelijk aankomen, in welken graad zelfs eene geringere hoeveelheid vocht bedenkelijke verschijnselen opwekt.

§ 287. De ziekelijke verzameling van vocht bedraagt in de meeste gevallen niet meer dan 1—2 pond; maar zij kan veel aanzienlijker (volgens Corvisart tot aan 8 pond toe) zijn; het hartezakje vult dan het grootste gedeelte van de borstholte; dringt inzonderheid de linker long naar achteren, de lever, het middelrif, de maag, de milt naar beneden. Het, uitgestort vocht nadert

(1) Lobstein zag bij de aanwending van den metaalprikkel tot opwekking van zamentrekkingen van het hart bij dieren voor zijne oogen uitstorting van vocht in het uiterst doorschijnend hartezakje ontstaan en dat de hoeveelheid vocht met den duur der proef in evenredigheid was.

Sluiten