Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 345. Tot hetzelfde einde zoekt men duurzame afleiding door fontanellen , haarsnoeren, inwrijvingen Tan braak wijnsteenzalf, het aanleggen van braakwijnsteenpleisters op de hartstreek of aan de dijen, de armen, den hals in de nabijheid van de armvlecht (Ccbitt) te onderhouden.

346. Eene afzonderlijke vermelding verdient Laehnec's aanwending van het delfstoffelijk magnetismus; hij laat van twee sterk magnetisch gemaakte, 1 lijn dikke, eironde en ligt gekromde ijzeren platen de eene op de hartkuilstreek , de andere op de tegenovergestelde plaats van den rug (vast wel beter hooger naar den hals!) aanleggen; plaatst men onder de voorste plaat eene kleine Spaanschevliegenpleister , dan zou de werking daardoor versterkt worden. Hdfeland heeft met vrucht herhaaldelijk koude omslagen op de hartstreek aangewend. Zou in hopelooze gevallen de Priesnitz'sche kuur niet kunnen beproefd worden ? Warme of koude baden, naar gelang van den tijd des jaars, telt Laennec ook onder de beste middelen, om de aanvallen te verhoeden.

§ 347. De zieke moet zoo veel mogelijk alle uitwendige aanleidingen vermijden, die den aanval kunnen voortbrengen. Hij vermijde dus sterke bewegingen, inzonderheid trappen, bergen klimmen, het gaan tegen den wind in enz.; zijne maaltijden moeten matig zijn en vooral vermijde hij overlading van de maag vóór het naar bed gaan; gemoedsbewegingen, inzonderheid toorn, brengen den aanval ligt tot uitbarsting; men trachte den lijder te verstrooijen, houde hem in eenen gelijkmatigen warmtegraad ; hij zorge voor warme kleeding, drage flanel op het bloote lijf, beware de voeten vpor nat worden. Reizen in rijtuigen doen gewoonlijk goed. Van de tafel des lijders aan angina pectoris verwijdere men alle winderige en verhittende spijzen en houde het midden tusschen plantaardig en dierlijk voedsel. Bier en koolzuurhoudende dranken schaden. Men zorge voor vrije buikopening.

XIII.

BEWEGI NGS — ZENUWZIEKTE.

HARTKLOPPING (PALPITATIO CORDIS; CARDIOGMUS, TREMOR CORDIS).

Verg. de Literatuur bij J. Frank, 1. c. P. II. Vol II. Sect. II. p. 367. en Coplakd, 1. c. Bd IV. S. 626. — Villanova, Opp. Tract. de tremore cordis. — Langiüs, Opp. Epist. L. I. No. 22. L. 111. N. 2. Diss. de palpit. cordis. — Calani, Comm. in Galenum de cord. tremore. Lugd. Bat. 1538. — B. Patini, Consil. pro Maximiliano Caesare de cord. palp. Brix. 1575. — A. Camotiüs, Excussio brev. praecipue morbi, nempe cord. palp. Flor. 1578. — Freïtag (D. Bas. 1585). — Sanchez (D. Hispal. 1594). — Stimmel (D. Fr. 1696). — S. Pissiuujs, De cordis palp. cognoscenda et curanda. L. II. Fr. 1609. — Kcsms (D. Basil. 1598). — Pfendler (D. Basil. 1615). — A Victori , De palp. cordis Kom. 1613. — Sennert (D. Viteb. 1618). — Crocids, Quaest. med. de palpit. cordis natura et curat Marb. 1622. — Nicoloviüs (D. Lugd. Bat. 1622). — Schiegel (ü. Jen. 1639). — Bergenüs (D. Franc. 1640). — Walner (D. Lugd. Bat. 1642). — Conring (D. Helmst. 1643). — Metzger (D. Argent. 1651). — Fried (D. Argent. 17101. — Sebiz (D. Argent. 1657.) — Ten Rhyne , Febr. cardiaca et palpit. cordis ex Ilatibus, in Haller's Biblioth. med. pract. Vol. III. p. 256. — Schenk (D. Jen. 1662). — Bxscop (D. Lugd. Bat. 1662). — Louvaix (D. Leid. 1616). — Sylvius (D. Leid. 1667). —

Sluiten