is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kamer is als een wereld.

Had dan hun liefde niet gebloesemd als een voorjaarsboom? Het kind. Was het niet als een blatend geitje in hun weide, een kweelende vogel? Had dan niet altijd in het huis van hun leven de schemering met hen gewoond, en breidde nu niet als een lamp daar den klaarsten schijn — het kind ? Het lichte wondertje?

Het komen van Suusje was niet aldus geweest; die leek een onnut ding, dat, door een toeval in dat huis geraakt temidden der drie wrokkige menschen, reeds vervloekt was vóór haar geboorte, en nu een last voor allen was. Zelfs Annie, de moeder, overdacht bij het aanzien van de kleine, dat het beter geweest zou zijn, indien deze niet was gekomen. De houding van Max en haar moeder had haar echter wel dichter bij Suusje gebracht als in een instinctmatig begrijpen, dat zij nog de eenige was, die het kind beschermen kon. Haar gevoel voor de kleine was een zekere meewarigheid met het schepseltje, dat niemand had dan haar, en die verlatenheid kon zij niet wel aanzien; moederliefde zooals ze zich die gedacht had, het zoete geweld daarvan, de wondere ontroering van een eigen kind te hebben, en de toewijding aan zoo'n kind, willigheid tot elk offer, je eigen geluk, dat je met vreugde gaf voor een blijdschap, de geringste, van dat kind, — dit had ze nimmer gevoeld.

Toen de oude in haar toorn den vorigen dag gezegd had, Suusje niet langer in huis te willen houden, had Annie eensklaps besloten, de kleine bij anderen te brengen. Waarheen wist zij zelve toen nog niet, doch nadat ze zoo stellig tot haar moeder gesproken had, was zij daaraan gaan denken, en op Marie gekomen; die had zelf voor korten tijd toch haar eigen kind verloren, zou wellicht een ander in huis willen hebben; Marie hield van Suusje, zou er wel goed voor zijn, allicht beter dan zij, de eigen moeder.

Zoo was ze er dezen morgen dadelijk heengegaan met het kind, had hun voorgesteld het eenige weken bij hen te houden, bij zichzelve overwegend, dat ze in dien tijd zich