is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belangstelling voor de beweging in de stad. Aan tafel, toen hij den oudsten kostganger geworden was, vertelde hij van de merkwaardigheden van de haven, van de musea, van Tietz, van het Park. Lars was niet ruw, had bloogrijze oogen waarin zijn levenslust een leutig vlammeken had geplant, hij kon beleefd praten zonder zich op te dringen. Het gebeurde nu wel eens, dat hij Tille en de pianomammesel gezelschap hield, en verhaalde van wat hij gezien had, hier en elders. Jong, als kajuitsjongen, was hij gaan varen. Zijn moeder had geweend bij zijn vertrek, haar man was vergaan op den oceaan,en zij vreesde de zee als een kwade vijandin, had een voorgevoel van onheil. Bij zijn aankomst in Amerika kreeg hij bericht van haar overlijden,een korte ziekte had haar weggerukt schreef zijn getrouwde zuster. De kapitein was een slecht mensch die hem dikwijls aftroefde, en nu hij alleen stond aarzelde hij niet, wou met hem niet terug,nam de vlucht. In een hotel had hij gediend, in den oogst gewerkt diep in het binnenland, aan het spoor gearbeid en weer terug gaan monsteren, wanneer het heimwee hem bekroop. In zijn vaderland voelde hij zich vervreemd van zijn zuster,