is toegevoegd aan uw favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lukzaligheid. De Schepen en het grijs, manneken waren weg. Moeder knikte haar toe, Walt fluisterde iets dat zij nietverstond.Beneden in de straatklonk de bel der berechting, voor haar, voor haar. Zie, de menschen knielden in de kamer, ook Ole die protestant was, ook de ongeloovige George... De Ciborie schitterde, schitterde als een zon... Het was God die zijn intrede deed in haar kamer. En de priester had zijn donker kleed afgelegd, kwam nu in lichten gemoireerden kazuifel met een schoudermantel van fijnbewerkt, goudbloemen borduursel. Achter hem stond de koster in zijn wit koorhemd, en hij droeg het licht.

Weer duurde de zoete bezwijming voort. Met geloken oogen luisterde zij naar de gebeden, ontving de communie, werd gewaar dat de priester een afhangend pand van zijn gewaad om hun samengebrachte handen wond... Nu trouwde zij voor God en zijn Heiligen, en zoo vond zij misschien genade... Ja, de genade was weer over haar, zij wist het, zij voelde het zoo heerlijk... Het leelijke, triestige leven was voorbij. In bezit van het opperste genot verlangde zij niet langer te leven.

Zij had alles gehad wat een mensch