is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij stak het zwart - omlijste doodsbericht in zijn binnenzak, deed een ferme haal aan zijn sigaar, kleedde zich en liep de straat op.

Janssens voelde zich verbazend opgewekt. Hij dacht aan de jarenlange, voorbeeldige vriendschap, en wist klaar dat hij zich verlicht voelde, nu Peeters uit de baan geruimd werd door den dood. De toevalligheid en de levensomstandigheden hadden hen samengekoppeld, en wat voor vriendschap gehouden werd was enkel het onderling wantrouwen. Zij hadden elkaar beloerd, drie-en-dertig jaar lang, zonder zich rekenschap te geven dat zij enkel wilden beletten elkaar voor te springen in het bestaan.

— Vriendschap moet iets anders zijn, peinsde Janssens, verrukt in het besef dat de blauwe oogen van Peeters niet langer zouden peilen in zijn ziel. Maar hij heeft toch niet geweten wat ik in mij had, mijmerde hij voort, zoomin als ik wist wat in zijn binnenste verborgen zat. Een mensch kent zich zelf niet, en nog minder zijn vriend. En ik overleef hem, jubelde hij nog daarbij, en sloeg van plezier zijn regenscherm tegen het voetpad. , Janssens was alleen en gelukkig!...