is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wind meer en kende geen koude. Het mocht nu gieren en stormen. Zijn boterhammen waren verorberd toen hij het groen licht weerzag.

— Hier ben ik, zei hij tot den Waker, terwijl hij zijn plaatsje op den kruiwagen innam.

— Ge zijt lang weggebleven, antwoordde de Waker, die juist kolen op het vuur deed.

— De Commissaris was blij mij te zien, en wij hebben samen zitten babbelen in zijn kabinet... het was er lekker warm...

— Gij hebt sjieke kennissen, wantrouwde de Waker.

— Ja, wij arme duivels hebben nog al dikwijls met die menschen omgang.

— Wonder dat hij u niet gehouden heeft, spotte de stem uit het pak kleeren en trappelde weer ongeduldig met de klompen.

— Er was geen reden om mij te houden, blufte de Zwerver, Marmot heeft niets op den lever en ging maar nieuwj aar wenschen!...

— Is dat de waarheid, Marmot?...

— Ik zweer het u... Daarbij, luister maar... dat is mijn nieuwjaarsgift.

Het geld rinkelde in zijn zak. — Toen dacht hij aan zijn sigaar, stak een reepje papier tegen de kolen om

vuur te krijgen.

— Dat is een tweede bewijs, sprak hij vergenoegd, en hier is een derde... drink maar een fermen slok... Heb ik geen woord gehouden?...

— Ja, smakte de Waker, dat is een lekkere borrel...

Geen honger meer?...

— Neen, maar ik wil wel een beetje warme koffie!

— Hier, Marmot...

— Ik blijf bij u aan het vuur van het een jaar in het ander!... Tot morgen vroeg.