is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwamen de mannen toezien, met keurende oogen overschouwden ze hun werk, fier als kraaiende hanen. Voor het Onze-Lieve\ rouwenbeeld op den hoek werden twee half ontbladerde takken, kruisgewijs opgebonden ; midden in, op den knoop, een lintenstrik en daarop een verslenste ruiker, zooals de vrouwen het wilden. Aan de ingangen der straat wapperden gehuurde vlaggen met stroeve Brabantsche kleuren, lappen verkleurd en uiteengerafeld doek. Beneden, over de schoongevaagde straatsteenen, strooiden de meiskens met volle handen het witte, mulle zand, zooals men zag bij groote gelegenheden, bij de jaarlijksche berechting der zieken en stervenden, bij de processie of bij een gouden bruiloft. De kinderen werden van hier naar daar verdreven, in hoekjes saamgestouwd, soms met barsche woorden uit het straatje weggejaagd; zwijgend keerden ze telkens terug, ze hadden geen lust tot spelen, verbaasd stonden ze te gapen naar al dat schoone, dat feestelijke dat voor hunne groote, blauwe kijkers werd opgehangen en neergestrooid. Terwijl men boven aan de droogstokken, — waar nu geen druipend waschgoed te luchten hing, — de ballonnekens, en Venitiaansche lantarens te pronken vastmaakte,