is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

relde tusschen de papieren opzijn lessenaar, keek op een briefje :

— Ik dacht het wel, mompelde hij, sukkels !

— Ge liept te Gent van uw schip weg, zegde hij hen strak aankijkend.

't Was of iets verplettend op hen neerstortte, zoodat ze duizelig werden ; sprakeloos stonden ze daar zonder opblikken.

— Ik kan niets voor u doen, jongens, hier kunt ge niet monsteren, en ge hebt geen geld !

Zwijgend borgen ze de gruuzige boekjes, gingen bedeesd en bedrukt heen. De man keek hen na, belde, gaf bevelen, staarde dan even voor zich uit en ging weer voort met schrijven.

Buiten op straat leunden Erik en Jarl nu tegen den deurpost aan, heel overwonnen, wachtend de voorvallen die komen moesten.

Hel sprietelde de zon over den slijkzwarten grond, vlekkend over de huizen in eene gouden omhelzing, de lucht was teerblauw als in de lente. Ze begrepen maar niet hoe dien man weten kon dat ze weggeloopen waren ; na de duizeligheid van daar straks voelden ze een vlijmende smart: verraden te zijn ! In de beweging van die breede straat verloren ze stilaan dat pijnlijk