is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in groote verwarring stond. De oude pianojuffer lag nog steeds luide te snurken, en niet enkel voor hen, maar ook op de andere tafels, stonden ledige flesschen en glazen, als laatste overblijfsels eener slemperij. Ontsteld stond ze recht, streek met de handen over haar voorhoofd en door haar asch blonde haren, ging onrustig tot de deur die op een kiertje stond. Ja, er viel niet aan te twijfelen, 't was hel licht buiten, zij hadden geslapen zonder de deur te grendelen, zonder het licht te dooven, dat nu zoo pinkend in den dag aan 't sterven was. Maar die flesschen, kruikjes en glazen daar hadden zij toch niet geledigd ! Ontdaan wekte zij de pianojuffer die weenend om hulp begon te krijten : — Dieven ! Dieven ! Nu pas begon Gretchen haren rampspoed, haar heilloos ongeluk te begrijpen, de tooglade leeggestolen en alles, alles leeggedronken. Jammerend en weeklagend viel ze op haren stoel terug, en zoo zat ze daar heel den langen morgen haren ondergang te beweenen. Te vergeefs poogde de pianojuffer haar te troosten, zij ook was van zoo'n ordentelijke familie die geruineerd werd door boos volk, men moest naar de policie gaan, dat ging immers te ver 'n mensch zoo te bestelen. Gretchen luisterde niet, maar bitter bekloeg