is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arme dier in eenen halven cirkel sloten. Een, die een stuk kachelbuis voor zich uitstampte, drong voorop, en geholpen door Gijs, bond hij, op een ommezien, de buis aan de koord en de koord aan den staart van den hond. Dan joegen zij het beest voort, dat dol-jankend voor hen wegvluchtte.

— Awoert! Awoert!

Sommigen floten, anderen, de handen in de broekzakken, zongen een straatdeuntje, begeleid door het kletsen van teekenlatten tegen de muren :

Ga weg ! Ga weg ! Wij zijn hier !

Wij zijn de jongens van 't Schipperskwartier !

En zie ons hier eens gaan !

En zie ons hier eens staan !

Men zou zelf zeggen :

Daar kan niemand tegen aan !

— Mannen ginder zit Teunken met zijn wijf! schreeuwden de voorsten, wijl de achtersten voortzongen van :

En hebt ge meubelen,

Dan kunt ge kameren met mij !...

Teunken, dat was het einde hunner dagelijksche tocht. Daarna gingen zij uiteen, elk