is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit grauwe nevels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijnen weg. Teunken met zijn wijf, bedaard gezeten in hun friturekraamken, was eene oproeping van 't avondeten in de stille huiskamer.

Teunken ! en zij dromden samen, zoo waren ze machtiger om hem te sarren en te plagen ! Daar zagen zij hem zitten in zijne gewone houding, de gazet in de handen, het stadsnieuws spellend voor zijn vrouwken. Beiden zaten ze daar van af de invallende duisternis tot laat in den nacht, wederzijds van den pruttelende, smoutwalmende pot vet; beiden met dutterige, oude menschengezichten, afgetobt en versleten onder het droezelige lamplicht. Teunken sneed de aardappelen in gladde rondekens, daarna in gelijke balkskens, en zijn wijfken roerde in den pot of vouwde papieren zakjes. Kwamen er geen klanten, dan las Teunken de gazet. Meestal sluimerden zij dan zachtekens in van de warmte en de stille verveling. Vaak werden zij gewekt door eenen hongerigen klant, of deed de kou hen ontwaken, het vuur smeulde dan nog amper en het vet pruttelde niet meer. Dan zei Teunken zuchtend tot zijn vrouwken dat'nmensch veel doen moet om aan zijn broodje te geraken, en dat het niet al goud is wat blinkt. Een nijdigen hekel had hij aan die «jong», die hem 's avonds