is toegevoegd aan uw favorieten.

Liederen en gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bewaakt, beschermt de lieve Peg, o engelen, Gods verkoornen ! Bestrooit met rozen haar den weg,

en houdt hem vrij van doornen. Geleidt ze tot den jongling, dien ze mint en wil tot hoeder ; en laat mij hem gezegend zien met dochters als de moeder !

Het zal den lezer wellicht aangenaam zijn hier eene vertaling des briefs aan te treffen, welke Burns met dit schoone liedjen aan Miss Margaret K. zond.

't Is een gedicht in proza :

« Veroorloof mij u het ingeslotene lied toe te wijden, als eene geringe maar dankbare hulde voor de eer, kennis met u te hebben gemaakt. Ik heb in deze verzen uw beeld willen schetsen, in de ongekunstelde, eenvoudige manier der beschr.jvende waarheid Vleitaal laat ik uwen aanbidderen, wier overdrijvende verbeelding hen zal doen denken, dat gij de volmaaktheid nog dichter nabij zijt, dan wezenlijk het geval is. Dichters zijn, van alle stervelingen, degene die het sterkste de macht der schoonheid gevoelen; want, als zij inderdaad door de natuur geschapene dichters zijn, moet hun gevoel fijner, hun smaak kiescher wezen, dan bij meest alle anderen. In den lustigen bloesem der lente of de kalme zoetheid van den herfst, de grootschheid des zomers of de woeste majesteit des winters, vindt de dichter een genot, dat zijnen medemenschen vreemd is. Het zien eener schoone bloem of het samenzijn met eene schoone vrouw (voorzeker het heerlijkste van Gods werken) bieden voor het dichterlijke hart genietingen aan, van welke de meeste menschen verstoken blijven. Onder dit laatste opzicht, even als in vele andere dingen, ben ik dank verschuldigd aan de welwillendheid van H., die mij bij u heeft ingeleid. Uwe aanbidders mogen u aanzien met verlangen, ik beschouw u met vreugde ; hunne harten mogen, in uw bijzijn, van wellust gloeien, het mijne zwelt van bewondering- »