is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich zelf richt: « Gy telt nu veertig jaer (*) ». ïn 1694 dus, werd dit werk voltooid (2). Nu getuigt Labus, dat Jesus Leven en Dood een gewrocht is « daer dien vernufte Geest tien jaren op ghewerckt heeft (3) ». Wij mogen dus aannemen, dat de gedachten, die De Swaen in dit werk ontwikkelt bij hem tot rijpheid gekomen waren toen hij er aan begon. Aldus sprak De Swaen op dertigjarigen leeftijd, over twintig jaren « losbandigheid », die hij reeds achter den rug zou hebben. Van zijn tiende levensjaar af zou hij dus al de hooger aangehaalde wanbedrijven op zijn geweien geladen hebben!

Het staat builen twijfel, dat wij bij het beoordeelen van De Swaen's zelfbeschuldigingen, eerst en vooral rekening moeten houden met de gansch bijzondere schaal, die hij gebruikte om de zwaarte zijner schuld te wegen. Moesten wij ons De Swaen in zijn prille jeugd voorstellen als een ontuchtige, een overdadige en een godloochenaar volgens de algemeen aangenomen begrippen, dan liepen wij zeker gevaar hem zwarter le kleuren, dan hij ooit geweest is. De waarheid wil, dat wij De Swaen tegen De Swaen verdedigen?

Op dertigjarigen leeftijd had onze dichter eene opvatting van het christelijk leven, die niet ver van het ascetisme verwijderd stond. Al woonde hij in de wereld, toch dacht en handelde hij als een kloosterling. Hij stelde zich zelf de hoogste eischen wat godsdienstijver en praktijk betreft.

Het christen leven is versuchten, waeken, slryden, Hel christen leven is versterven, vasten, lyden, Geduerig in de weir, geduerig op de wacht, Noyt rusten, altyd syn gewapent, dag en nacht (•*).

Met dergelijke levensopvatting moest hij natuurlijk alles, wat zijn zieleheil niet rechtstreeks ten bate kwam, met de uiterste strengheid beoordeelen. Een oogenblik verstrooiing in de kerk, een onschuldig minnepraatje, een

(1) Jesus Leven en Dood, deel I, IS' gez.

(2) Dit jaartal komt overeen met datgene, dat opgegeven wordt, in het Bericht bij de uitgave van het werk. Brugge, J. Van Praet, 1767.

(3) Zedelycke Rymwercken. Slotreden. (*) Jesus Leven en Dood, deel I, 18e gez.