is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vooroordeel van Corneille tegen lage afkomst en zijne ullra-aristocratische opvatting van de waardigheid van het tooneel konden er hem niet toe doen besluiten eene volksvrouw op de planken te brengen in een zoo edele rol als die der voedster. De Swaen deelde de bezwaren van den Franschen meester niet. Hij stond te dicht bij het volk, hij verkeerde er in zijnen dagelijkschen omgang te zeer mede om maar enkel op het denkbeeld te komen, dat een edele daad beter aan personen van hoogen rang past dan aan de mindere menschen. Hoe zeer hij ook het classieke beginsel van de waardigheid van het treurspel aankleefde, dacht hij op die waardigheid geen inbreuk te maken door onder de hoflieden eene voedster uit het volk te laten medehandelen in een rol, die haar overigens uitstekend past.

In zijn geheel mag Mauritius als treurspel mislukt heeten. De Swaen's eerste en overwegende bekommering bij het schrijven dezer tragedie was Mauritius1 grenzenlooze onderwerping aan Gods wil als stichtelijk voorbeeld vooruit te zetten. In haar wezen is deze stof ondramalisch. De gelatene, christene hoeteling, die zich slag op slag laat geven zonder den geringslen weerstand te bieden, kan een zeer geschikte epische of lyrische held zijn, een dramatische is hij zeker niet. De vraag kan hier niet zijn of De Swaen bij hel behandelen van zijn onderwerp het bewijs geleverd heeft het temperament van een dramatisch schrijver te bezitten, de vraag, die vooraf dient gesteld te worden, is wel of De Swaen door het kiezen van zulk onderwerp voor een treurspel niet het bewijs leverde volstrekt geen dramatisch temperament te hebben.

Het tweede treurspel van De Swaen is getiteld : Triomf van het Kristen Geloof over d'Afgoderij in de Martely en de doot van de ff. Maget en Marlelaresse Catharina. Hij behandelt in dit stuk de bekende tiguur van Catharina van Alexandrië, die in de 4° eeuw door keizer Maximinus Daïa als christene martelares ter dood veroordeeld werd. Catharina was van koninklijken bloede. Hare biografen vertellen, dat zij buitengewoon geleerd was en eens tegen een gansch heidensch philosophencollege disputeerde op zulke schitterende wijze, dat al hare tegenstanders tot het Christendom overkwamen.