is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat men soortgelijke verzen in de verschillende werken van D* Swaen voor het grijpen heeft, bewijzen de volgende aanhalingen :

— Ik eer syn deerenis in uwe onmenschlykheyt En syn rechtveerdgen wil in uw onrechligheyt.

(Mauritius, V.)

— En toonde d'orden der onordentlycke baren.

(Zedelycke Rymwercken, blz. 9.)

— Ick trad tot in den grond der grondelooze plassen.

(lbid., id.)

— En noyt gestadigh dan in ongestadigheden.

(lbid, blz. 73.)

— De liefde schend vandaag syn ongeschonden orden.

(Jesus Leven en Dood, blz. 15.)

— Een niet geworden AI, een AI geworden niet.

(lbid., blz. 58.)

— Sy siet in dese snê, het heyl der onbesneden.

(lbid., blz. 82.)

— Waer hy geoffert word, en blyft den offeraer.

(lbid, blz. 226.)

In al zijne looneelstukken gebruikt De Swaen de Alexandrijnsche « heldendichten (*) » (heldenverzen), « bestaende uit 2 loopende versen van 13 lettergrepen en twee slaende van twelf (*) »; toch wijkt hij van enkele regels af, die deze verzen bij de Fransche classieken beheerschen. Het enjambement of de « overschreding » bij voorbeeld, schrikte De Swaen in de praktijk niet af. Men treft er in zijne treurspelen vele voorbeelden van aan (zie de aangehaalde stormbeschrijving uit Mauritius, enz.). Hier volgt hij vooral Vondel na, die den oversprong vrijelijk gebruikte.

Wat De Swaen zich zonder aarzelen in de praktijk toeliet, durft hij echter niet als voorschrift geven. In zijn Rymkonst redeneert hij uitvoerig over het voor en tegen van den oversprong, zonder lot een vast besluit te komen. Deze redeneering geeft ons een nieuw bewijs van de hooger vermelde

(*) Rymkomst, 1» deel, le verh., hoofdst. II.