is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weynigh tydt daernaer 't ghebeurde,

Dat de kans nam haeren keer, Glaes verheughde, Koppen treurde,

Hy en had geen schyven meer : Dies hy door den noodt ghedwongen

Quam ter merckte sonder munt, Doch, hetghen hy had bedongen

Wierdt hem echter niet ghegunt : Ick en weet niet van te borgen,

Sey de Landts-man, en ghy zyt Eenen quant die sonder sorgen

Deurgaens quist uw goedt en tydt; 'k Sal het Klaes veel liever gheven,

Schoon ick hem oock borgen moet, Want hy weet noch van te leven,

En syn Goeden Naeme doet My met recht op hem betrouwen...

Goppen ginck al stincken deur Want hy wiste niet hoe schouwen

Het verwyt van syn Ghebeur, Die met reden hem belachte,

Omdat hy syn Naem verachte (').

De 17" eeuw was in onze letterkunde de bloeitijd van de zinnebeelden of emblemata. Ongemeen (alrijk zijn in deze jaren de schrijvers, die, dit genre beoefenend, de pit der wijsheid in de schaal van het zinnebeeld of der gelijkenis aanboden (2). Een emblemata-boekje bestond uit een reeks zinnebeeldige prentjes, waarnaast gedichtjes dienst deden als commentaar; nochtans treft men den zin voor zinnebeeldige vergelijking en leering ook buiten de eigenlijke geïllustreerde emblemata-werkjes aan. Alle stichtelijke dichters, 't zij ze emblemata-verzamelingen samenstelden of niet, beoefenden met buitengewone voorliefde de zinnebeeldige vergelijking, zoodanig, dat enkelen, die hun werk nooit zagen illustreeren, bij een algemeen overzicht der zinnebeelden-literatuur ook in aanspraak mogen komen wegens den

(t) Zedelycke Rymwercken, 2» deel, n' 14.

(*) A.-G.-G. De Vries, De Nederlandsche Emblemata. Amsterdam, Ten Brink en De Vries, 1899.