is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Triene bracht de suikerpap, En Marie de windellap,

En Konnee Die brocht versche boter mee. En Tseppen die brocht hout om vier, En Tone brocht een kruike bier;

Pier brocht vleesch

Naar den eesch. Tsanne moeie brocht luyers en doeken : Elk was blydelyk van geest (*).

Ook de onderworpenheid van Jesus, toen « hy leerde timmeren by Jozef dep man (2) », schildert De Swaen met dezelfde gulle naïefheid als het volkslied.

Siet, Joseph vraegt van Hem een byl om hout te klieven, Hy spoeyt met alle vlyt, om Joseph te believen : De moeder segt, hy soud een kruyk vol Water slaen, Hy grypt het aerde-vat met vollen yver aen (3).

Beter nog dan de bovenstaande uittreksels, die uitsluitend van beschrijvenden aard zijn, zal een lyrisch fragment aantoonen hoe kort de afstand is, die De Swaen van onze oude volksdichters scheidt. Slechts een ingeloovig, kinderlijk gemoed kon tot de Lieve-Vrouw gemoedelijke, roerende deuntjes kweelen als het volgende.

Reyne Maget, mocht ik heden Nevens U naer Rethleem treden, 'k Nam de reyse willig aen, Schoon ik moeste baervoets gaen. 'k Soude geern 't paxken dragen, 't Gen' uw weerden Bruydegom, Door voorgaenden arbeyd krom, Syne schreden doet vertragen, En syn styven rug soo drukt, Dat hy voor 't gewichte hackt.

(*) Lootens en Fets, Chants populaires flamands recueillis d Bruges. Brugge, 1879, blz. tt. (*) Idem, lbid., blz. 21.

(3) Leven en Dood van Jesus-Christus, le deel, 17" gez.