is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verdienstelijke tafereelen ontbreken er niet, waar De Tière óns de onwrikbare verknochtheid van den knecht schildeTt; ons de echt kinderlijke liefde van Gabriëlla jegens haar aangenomen vader maalt; ons den handelaar Van Alten schetst, die zijn gewezen knecht en nu bedreigenden en hardvochtigen schuldeischer om genade en om medelijden smeekt en hem bidt den alouden en onbevlekten naam van het huis Van Alten te bewaren, voorwaar dan rolt onwillekeurig een traan langs de wang

Op ieder oogenblik treffen we schetsen aan vol roerende waarheid en boeiende toestanden vol gezond realisme... » (1)

VII

Bij zijn verschijning in 1886, was HET ROUWKLEED (2) het voorwerp van uitbundigen lóf eenerzijds en van volledige afkeuring anderzijds.

Het behandelde thema nochtans was eenvoudig, een aÉlledaagsche geschiedenis zelfs, doch verwerkt met zekere bijzonderheden, die het dramatische zeer op het voorplan stellen.

« Werner, een jong kunstenaar, is door tering aangetast en gaat stilaan naar zijn einde. Terwijl hij den lijdensweg opgaat, keert Dora, zijne jonge vrouw, die hem niet bemint, nooit bemind heeft, tot haren vroegeren minnaar terug. Ze heeft voor haar kranken man geen enkel greintje liefde over. Waagt hij het zijn tekenkamer te verlaten, dan wordt hij er terug heen gezonden op ruwe wijze; zij laat zijn geliefd vogeltje en zijn bloempjes verkwijnen, de ziel van den dichter aldus kwetsend, in wat hem het dierbaarst is. Zij betracht den dood van haren echtgenoot met zoodanige haast, dat haar rouwkleed evenals haar rouwsluier reeds gereed liggen. De arme dichter ontdekt de zwarte kleederen, alsook het overspel van zijne vrouw. Die slag is te zwaar voor zijn ondermijnd gestel, voor zijne gefollterde ziel, voor zijn geschokt gemoed. Hij stikt in zijn te groot leed. De ontrouwe vrouw vindt ook loon naar werk : haar minnaar, door zooveel harteloosheid getroffen, trekt zich vol afgrijnzen,vol walg, terug ».

Let wel op, waarde Lezer, dat De Tière1 dit onderwerp ont-

(1) Enkele beoordeelingen uit dagblad- of tijdschriftartikels worden breedvoeriger

aangehaald dan zulks soms wel nuttigs of wenschelijks schijnt. Wij doen zulks enkele malen met het oog op een nadere omschrijving van het behandelde stuk ; soms ook om den lezer met enkele bijzonderheden uit D. T. tooneel bekend te maken en waarop we in de algémeene beschouwingen verder de aandacht vestigen.

(2) Als Fransch zangspel verwerkt door Jules van Roy- Muziek van Fernand

Goeyens.