is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we ons echter bij de vorige : de grondtoon van deze welke we nog zouden kunnen opgeven is overigens altijd dezelfde : lof met hier en daar aanwijzing van kleine feilen. Enkel weze t volgende nog gezegd, dat t Laatste Nieuws in zijn nummer van 5 Maart 1914, Liefdedrift « een tooneelwerk » heette, dat « als mcdell van t vak doorgaat voor den opbouw van 't stuk en de logisch in elkaar schakelende toestanden ».

XX.

Met BELSAMA, treurspel in proza in 5 bedrijven en 6 tafereelen, waagde De Tière eene nieuwe poging naar beter, maar vooral naar nieuwer idealen. Het is een werk van machtigen adem, van vrijer vlucht, waarin vastberaden een lust tot afbreken met oude wegen doorstraalt.

Belsama is een historische studie, den ondergang voorstellend van het Druïdendom (60 a 61 j. na j. C.) vóór de opkomst van het Christianismu3, een reuzenstrijd tusschen den Oud-Keltischen godsdienst in verval, en den Roomsch-Christen godsdienst in wording, een stiik waarin de symboliek een overwegende rol speelt.

Hoe ver verwijderd staan we hier van het ruwe realisme uit Liefdedrift! Zouden we het durven herhalen, wat een bevoegd kenner zei: klassieke kunst,wortelend in de oudheid, verwant met deze van Sophocles en Euripides ?...

De inhoud?... Frans Stockmans deed het zoo uitstekend in eene prachtige en dichterlijke taal, dat we niet aarzelen zijn samenvatting gansch over te nemen :

<( Onwrikbare leerstelsels, geloofsleer gegrond op stoffelijke aanbidding en hooge zielsbeschouwing, vereering van Hesus, den God des oorlcgs en der veroveringen, verpersoonlijking der goddelijke majesteit in de losgebroken elementen, in den rollenden, flikkerenden bliksemschicht, kenmerken de geheimzinnige Druïdenwereld van strenge Gallische priesters, van ernstige priesteressen, die uit de beenderige en holle menschenschedels hunner krijgsgevangenen, op het heil van Keltenland dronken, die te midden des Winters naar den bloeienden marentak zochten en hem plukten, gekleed in wit plechtgewaad en met aen gouden sikkel in de hand.

De Barden bezongen de overlevering van stam en eeredienst en de woeste Kelten, vreemd aan alle beschaving, vochten voor