is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En van gevoel en van gedachte, —

De groote kindren, levend 't geestesleven.

Zij dringen wild vooruit,

Bedwellemd door hun krachtig bloed,

En wonden zich aan doornen,

Die zij niet kenden!

Zij oopnen wijd hun boezem

Om al wat goed is mild te ontvangen.

En zij ontvangen den scherpen steek ,

der stompe werklijkheid!

Ach !

b) in Hermina (3® bedrijf):

Waar is waarheid ?

Waar is klaarheid ?...

't Leven is een stond vol logen,

't Licht, een snelle schemerschijn.

Nauw ontstaan, reeds heengetogen :

IJdel iets in 't nietig zijn!

Ontgoocheling na zoet verrukken!

Men ziet het leven bevend aan,

Doch, waar men bloemen denkt te plukken,

Vindt men alleen de doornen staan...

c) in Belsama (4e bedrijf):

In den zwarten oernacht, diep verzonken...

Plots, er uit! met eenen berk eruit!

Dan gemerkt met 't teeken eener starre,

Werd ik 't wisselend leven zelf ten buit!

(treedt gansch voorop)

'k Speelde als waterdropjen in den nachtdauw;

'k Glansde als vuur in 't rozig morgenlicht;

'k Geurde als sleutelbloemken in de weide;

'k Sloop als bergslang, den kop omhoog gericht ;

'k Zong als vooglijn zoetjes in de wouden En nog duizend dingen, onverdicht !...

't Licht der zieners werd mij mild geschonken!

Licht! o Licht! o heldre geestesvonken!

Wat ik voorzeg heeft geenen zwakken schijn :

Al wat wezen moet — zal zijn!

d) in Een Spiegel:

Mijn tong kent niet de taal Der min, vol zoete streken;

Mijn hart kan duizendmaal

Die tale beter spreken ! ,

Mijn mond, hij blijft, ja stom,

Al wil mijn hart soms breken Bij fel' gevoelendrom !

Is zwijgende min Het diepst van zin,

En zingt alleen de ziele luid een liefdelied Het wederminnend hart ontsnapt het liedje niet.

Hij, wie zulke poëzie uitdrukt in zijn werken, is geen melodramaschrijver, heeft hoogere bedoeling. De Tière richtte zich als een echte tooneelschrijver, tot de massa, was er nooit op uit