is toegevoegd aan uw favorieten.

Iets over Oud-Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dische vorsten, haar vazallen, op souvereineti zetel, al erkenden zelfs haar hoogste dienaren dat als handelslichaam de machtige maatschappij haar tijd had gehad.

En zoo was het ook gesteld met de stad Batavia: reeds neigde deze langzaam ten ondergang, doch als zetel der Regeering droeg zij nog haar kroon.

Toen Van der Parra zich hier als landvoogd liet inhuldigen — ter herin, nering aan dien voor hem zoo gedenkwaardigen dag van den 2ysten September 1763 (hij was reeds benoemd in 1761) liet deze G. G. een fraaien gedenkpenning slaan, welke in het Muntenkabinet van het Bacaviaasch Genootschap nog te zien is — werd een 18e eeuwsche regenten pracht ten toon gespreid welke schatten gelds moet hebben gekost. Het is jammer dat dit schouwspel zulk een volbloed ouderwetschen Regent als Van der Parra heeft gegolden — zijn zinspreuk luidde: vincit vim prudentia—, maar als Gouverneur-Generaal vertegenwoordigde Van der Parra nog steeds het souverein gezag in Indië, en van gansch Java kwamen toen — als gold het de inhuldiging van een super-Mataramschen Vorst — de Javaansche grooten van heinde en verre successievelijk op: ongeveer alle Compagniesregenten uit de Preanger en Cheribon, alsmede die van Java's Noord- en Oostkust, de Panembahan van Madoera, de 4 Cheribonsche prinsen, en gezanten van Bantam en de Vorstenlanden — velen hunner hadden tevens wat voor zich te verzoeken —; er lag een vloot van niet minder dan 217 vaartuigen, bemand met ruim 6000 koppen, op de ree van Batavia.

„En de kern der feestelijkheden — schrijft Dr. De Haan 1) - was een groote smulpartij op het open veld voor het huis van den Gecommitteerde aan den weg van Jacatra, waar onder bamboezen galerijen twee tafels gedekt stonden, één voor de gezamenlijke Regenten waaronder die van de Preanger, elk hunner gesandwicht tusschen twee dignitarissen der Compagnie, één voor de Hoofden van lageren rang. Bergen van zware vleeschgerechten, reuzentaarten en monsterpasteien, besproeid met horrificques traicts van het edelste uit 's Compagnie s bottelarij, werden afgewisseld met puffende pijpen dampende knaster, onder de drukke en geestvolle conversatie waarvoor oudgasten terecht zoo vermaard zijn, en de zinnestreeling van verschillende tegen elkaar in lawaaiende ronzebonzen,

1) Priangau l blz. 348.