is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap van Louis Carbin. Reeds 't eerste hoofdstukje van zijn „Liefdesroman", waarin de jonge dokter, Sjourd Koutsma, twee oppervlakkige studie-kennissen ontmoet, in den trein tusschen Den Haag en loeiden, — reeds dat vluchtig eerste-hoofdstukje is als dooraderd van de fijne worteltjes, waaruit later de voornaamste motieven van 't werk zullen groeien moeten. Het zijn volstrekt niet de vuistdikke indices, die Ibsen voor ons neer pleegt te doen komen op de tafel, zoo geruischloos mogelijk weliswaar, maar toch dermate dreigend, dat wij ze moéten zien (reden, waarom ik sommige van zijn stukken nauwelijks lezen kan); neen, het zijn losse, weinig zeggende trekjes in een nochtands dadelijk boeiend gesprek, en die wij, gingen wij ze stuk voor stuk monsteren, geen van allen zouden kunnen aanzien, of zij al dan niét iets in 't verhaal hebben voor te bereiden. En toch zijn ze aangebracht, blijkbaar, op een manier, dat men later, wanneer het noodig is, ze zich herinnert.

Ook voor het overige is Carbin's „Liefdesroman" een frisch en 'n goed boek. Het is geen kleine opgave (en waaraan alléén kan worden voldaan, wanneer zooiets vanuit een diepe, hartelijke waarachtigheid geschreven wordt) — tot een van de aantrekkelijkste figuren van uw boek te maken: een lieve en gezondvoelende.... tante, die een gedésillusioneerd nichtje weer tot het geloof in de liefde, den „zuiveren Eros", en tot het leven terugbrengt. Dat kunststuk, of liever dat stuk sappige levens-bevestiging, heeft Carbin er op de meest overtuigende wijze afgebracht.

En zij het al waar, dat diepere accenten worden gemist, — „De zuivere Eros" is een boek, gelijk de gewoonlijke „leestafel" er méérdere hebben mocht.