is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom doet hij ze? en op zoo feilen toon? Het is als een coquetteeren met ergheid van levensellende, even getoond en daarna weer verstoken in moeizame gedachten-wendingen, die niet opgaan. Schijnbaar zóó expansief, doet ten slotte zoo'n passage aan als: toch niet oprecht, in haar knoeierigheid.

Zoodat ons besluit in dezen moet zijn: neen, verhaler-en-négligé, trek liever uw epische jas maar weer aan. En spreek dé.n zoo hartstochtelijk en zoo lyrisch als ge wilt. Wij weten allen, tot welk een warme schoonheid uwe verhalen dan stijgen kunnen.

En wij zien het, ook in dezen bundel zelf. In de derde der „Thuiskomsten" bovenal.

Knap zijn die kleine schetsjes alle. De Meester is een verbazend knap verteller! Het gegeven mag nog zoo nietig zijn: het egoïsme van een „grooten dichter", die voor het leven, het geluk zijner eigen kinderen geen zintuig heeft: — de opvoeding van een voorkind, bemoeilijkt door het gedwongen uit-logeeren-gaan bij de stijve, conventioneele familie van den eersten man; — de heimelijke kievietseitjes, aan het adres van den beroemden criticus, en die de jalouzie opwekken van den echtgenoot der opkomende declamatrice; — wélk luttel gegeven ook, De Meester weet er door zijn verrassenden opzet, zijn puntige voordracht, zijn onvoorziene wendingen, iets boeiends van te maken. Ik ken geen schrijver, bij wien men zóó in 't geheel nooit weet, waar hij ons heenvoeren zal. De titeltjes al: „Jr." (anders niet!) „Terug „In den lieven eenvoud"", „De Kievietseitjes" - zijn appétissant. Veel schelen echter kunnen ons après tout dergelijke dingetjes niet. „Terug „In den Heven eenvoud"" nog het meest, als zeldzame uiting, in De Meesters oeuvre, van optimisme en geloof aan geluk.

Maar „Nous en de Zwanen" (Thuiskomsten III) is een buitengewoon mooi stukje. Nooit vond De Mees-