is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(op den grondslag van het onderwijs aan een meisjespensionaat, waar zij alleen de muziek- en danslessen de moeite waard had gevonden) voor haar staatsexamen slaagt, alleen met de bedoeling om onze tooneelkunst te gaan zuiveren. Het is zoo verbijsterend knap en zoo zinneloos, dat wij eens en voor al weten, ons bij dit juffertje over geen enkel wonder meer te zullen moeten verwonderen. Wanneer het meisje dat Aeschylus en Sophocles „van haar leeraar eischte {doch blijkbaar nooit ofte nimmer zelf ereis iets las!) na enkele jaren actrice geworden, en een actrice, wier Salome avond aan avond „altijd-volle, ademloosaandachtige zalen" trok, - heel beaat en bakvischachtig zit te luisteren naar Campo, die (om haar wat voort te helpen!) haar Dinsdagmiddags meen ik, een cursus geeft over het tooneel, — men doezelt er maar geduldig bij in. En even geduldig slikken wij het, hoe zij, begeerig Parijs en het Romeinsche theater van Orange te zien, den eersten den besten

gewezen-kappersbediende aanhaakt, om haar (doch in wélk een eer en deugd, men raakt er geheel van

over stuur!) te chaperonneeren De gewezen

kappersbediende begrijpt er mets van, en in den nachttrein tegenover haar gezeten, vergeet hij zich en geeft haar opeens (foei! roept Dize) een zoen. Ai, ai, heer Van Moerkerken, het werd ook bi]na

Hoe echter kwam zij nu aan André Campo, of liever, Campo aan haar? Het was door dat ongelukkige mysteriespel Sinte Pelagia, dat de a.s. tooneelhervormster aan een boekenstalletje opscharrelde en geschikt

bevond voor het openluchttheater waarmee zi] het

opmaken van haar kleine fortuin (zij had 2400 gld. rente) dacht te initieeren. Campo was indertijd ook haar leeraar geweest op het pensionaat ; zij gaat hem zijn toestemming vragen, om Smte Pelagia te mog opvoeren. De eerzame rapporten-schrijver, zoo weg