is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een winst, ook en vooral voor de kinderen geweest". En met een objectiviteit, die de groote verdienste is van dit boek, — en niet minst tegenover de wanhopige subjectiviteit, waarin het vorige was verward — doet de auteur haar Henriet antwoorden:

„Er is natuurlijk hier ook een voor en een tegen

Een uiteengebroken gezin blijft altijd een ramp en een jammer, werkelijk, ik ben de eerste om u dat toe te geven. Maar aan den anderen kant was er zoo absoluut geen contact meer tusschen Wim en mij, dat er van gezamenlijk overleg voor de kinderen geen sprake meer kon zijn. Nu, nu alles geleden is en voorbij is, nu wordt dat pas weer mogelijk!"

Om de kinderen, is dus de bedoeling, moeten twee menschen niet voortgaan elkanders leven te verbitteren en elkanders zenuwen te verwoesten; omdat ook de kinderen met zulk een toestand allerminst gebaat zijn; zelfs al houden de ouders zich in, want: „jij en vader kibbelen met elkaar, al zeggen jullie niets", had Jettie eens gezegd, „jullie kibbelen zonder woorden".

Doch staat dit dan vast voor de schrijfster, laat zij op een andere plaats, aan dier beste vriendin, Henriet weer toegeven: „ik weet wel, dat er heel veel kinderen gelukkiger zouden leven met één van hun ouders dan met beiden, en dat de kinderen van een weduwnaar of een weduwe of die waarvan de vader in Indië is, of zelfs weeskinderen, volstrekt niet altijd zoo vreeselijk beklagenswaardig zijn", — daartegenover gevoelt Henriet het steeds weer opnieuw: „een scheiding is en blijft een noodzakelijk kwaad, soms noodzakelijk, altijd een kwaad. Je weet, hoe dol ik ben op Mauk en Jet, maar toch geniet ik nu minder van ze, dan toen ik, natuurlijk in de goede jaren, met Wim samen ze gadesloeg en van ze genoot."

En wanneer later Henriet met haar dokter hertrouwt, blijft ze de zwakke plek in zulk een levens-