is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijnen goeden aanleg. In 1877 werd hij bekroond in den Staatsprijskamp met zijne cantate De Klokke Roeland, die vol inspiratie is In 1879 werd hij weer bekroond met de cantate De Meermin. Zijn Lied van 't Willems-fonds is terecht populair geworden. Verscheidene andere zijner liederen, als b.v. de breede, meesleepende Feest- en Strijdzang, ter eere van zijnen politieken leermeester Julius Vuylsteke in 1887 gedicht, en zijne cantate Brugges Ontwaking, gedicht voor de onthulling van Jan van Eyck's standbeeld in 1878, zijn meesterstukken van kernachtige en gespier e poëzie In zijne laatste levensjaren bezong Sabbe in een lange reeks sonnetten de schoonheid, het verleden en de toekomstdroomen van zijn geliefd Brugge. Sommige dezer sonnetten werden in tijdschriften zeer opgemerkt.

Thans wordt Sabbe's dichterlijke arbeid echter voor de eerste maal uitgegeven. De meeste gedichten, die deze bundel bevat, werden nooit te voren gedrukt en stellig zal uit deze uitgave blijken, dat Sabbe's plaats in onze literaire beweging eerst nu met nauwkeurigheid kan bepaald worden. Wij zullen ons aan een letterkundige bespreking van de gedichten, die hier volgen me wagen; doch wij kunnen niet nalaten te wijzen op hun treffende harmonie met Sabbe's heele leven en streven. Achter elk van Sabbe s gedichten bijna staat een van Sabbe's levensdaden. Al wat hi] deed voor Vlaanderen's geestelijke ontvoogding, voor Brugge s verrijzenis voor Vlaanderen's muzikale ontwaking, voor de vereering van Breidel en De Coninc en voor zooveel andere zijner idealen meer, wordt in Sabbe's poëzie weerspiegeld. Dat is zeker geen geringe verdienste voor een letterkundige! )

-Tr^ndslag van bovenstaande stuk diende ^t uitgebreid artikel, dat ik schreef in Het Volksbelang van Gent (Nr. van 9 Januari 19 ), >1 a 1 , W. er hieraan toegevoegd werd, i..« danken aan de belangn.ke£.»««» die mij doo, den zoon van den overledene, doo, Dr. M.unts Sabbe den bekenden .ebriive, de, „ .rissebe Brngsebe sebefcen, "

Gent, April 1911.