is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN KANTWERKSTERTJE.

IN EENE BRUGSCHE VOLKSBUURT.

In treurig grauwen mist ontwaakt de lentedag. —

Fantastisch schimmenbeeld, in nevelwaas verborgen,

Ligt 't oude Brugge daar, in 't stille van den morgen, En sleepend klept het uur, met vakerigen slag.

Aan 't lage deurtje zit, gebogen onder zorgen,

Ginds, vóór zijn kussen reeds, het kwijnend meisjen. — Ach! Het droomt van pracht en praal, bij 't kunstig kantenrag. — Een droom: het beste allicht wat haar het lot wil borgen!

Zeg, oude, schoone stad, wat brengt die dubble jeugd?

Moet daar uw heerlijkheid weer stralend uit verrijzen: Die bleeke kinderbloei, dat mottig morgengrijzen ?

Spelt dan zoo'n kant geen weelde, en smoor geen zonnevreugd? — Wat wordt, voor Brugge, uit U, aldus van mist omweven, O kindsheid van den dag, o morgen van het leven?

30 Juli 1893.