is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KERSTZANGERTJES.

Een schaamie kindergroep staat bibbrend op de pui,

Aan 't hoekhuis, in het rosse licht van den lantaren. — Zwart-weiflend, op de sneeuw, ziet g'als een spooksel waren. De schauw der gevels, dóór de stille vlokkenbui.

De bloedjes zingen! 't Lied spelt dat die nacht zal klaren, Dat uit dien Winter rijst de zon der arme lui...

En verre zoeft de wind dóór stervend klokgelui,

Of zucht in schrilheid uit, gelijk een zang van snaren.

'tls Joelnacht! nacht der hoop, die bloeit uit stervensnood, In Brugge, stad van rouw, waar bloeit het nieuwe leven! Vergeefs komt nu de sneeuw het blanke lijkkleed weven;..

Dat oude kinderlied bezielt nu nacht en dood! —

Al staan de kleintjes, bleek en hongrend, daar te beven, Hun glimpt in 't oog een schijn van koestrend morgenrood

26 Dec. 1894.