is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Maar niet gewanhoopt! — de uitweg eens gevonden,

Wij treden 't nieuwe leven in!

En komt geen Christus nu het licht verkonden,

Toch leeft en straalt het niet te min! —

't Is dat we lang met Rome, in geestesboeien

Van 't echte pad zijn afgedwaald. —

Als we de zon in 't Oosten niet zien gloeien,

't Is dat ze reeds ten hooge praalt!

Haar dageraad was grootsch, ze is ook gerezen

Als uit een bad van vuur en gloed!

Een ketter, Luther, heeft haar aangewezen, En martlaars hebben ze ook begroet!...

Wel schiet ze nu reeds heete en forsche stralen

Op alles wat zij eens herschiep,

Wel ziet ze in vollen bloei de vrijheid pralen

Al waar zij haar in 't leven riep! —

En wij, wel zwak zijn we om haar vuurge kussen

Te tarten!... Maar geene ij die klacht! — Ons dorst naar licht kon Rome nimmer blusschen,

Nu, hier is licht!... En dan de kracht?... O! Kracht vindt in verrotting nieuwe bronnen;

Verrotting is de plaag, die Rome kwelt!

Laat haar vergaan, door de eigen kwaal verwonnen,

Dat hare dood haar kwaad vergeld'!

Dat overal, waar hare geeselroede

De vrijheid neerdrukte in het bloed,

Haar lijk den grond met nieuwe sappen voede,

Waar 't vrij gedacht van leven moet.

1868.