is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En uit de harten van de bloemen,

En uit de bloemen van mijn hart Ontstaat een gonzen, niet te noemen:

Het doelt op vreugd, het doelt op smart. Een droom!... Maar, wat mijn oog ook ziet, Dat is de dag, de dag nog niet!

Stemt, vogels, dan uw zoetste koren;

Sproei, dauw, uw zilvren peerlenzee; Doe, zonne, uw gouden standerd gloren,

Dat uw vorstinne binnentreê.

Het daagt, zoodra mijn oog haar ziet!

't Was eer de dag, de dag nog niet!

En, onder d'eereboog der boomen,

Langs hagenpracht, op 't bloemtapijt, Zie heur nu majestatisch komen

In 's morgens frisschen jubeltijd.

Juicht toe, al wie haar komen ziet!

't Was eer de dag, de dag nog niet!

Haar oog, als een bedauwde bloeme,

Blikt blauw in 't spranklend zonnelicht. De roos mag haren mond wel roemen, Aan paarlen rijk, zoo blank als dicht. Een praal, wie haar zoo komen ziet!

't Was eer de dag, de dag nog niet!

Haar tooi, gelijk de kelk der winde,

Is zedig blanke zuiverheid.

Haar tred, gelijk de gang der hinde,

Is schuchter fiere sierlijkheid.

Blikt toe, al wie haar komen ziet!

't Was eer de dag, de dag nog niet!