is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zuivere, vol zonvermogen,

die kwamen openkijken overal, waar

voor 't gouden 't vuur, na lang aanschouwen,

de blik moest wijken.

In

de vele schoone vrouwen

van haar geslacht wist Sjua, mede een Kaanietin,

niet eene

die Nahors dochter kon gelijken.

Tamar nu was groot in Israël, en goed.

Trotsch deed zij werk dat de trots niet doet.

Zij zag wie ledig ging, maar ook wie hulp behoefde.

En zoo 't geviel dat moede Hagar dralend toefde,

wijl de jongere maatjes voorthuppelden met lust,

zoo gunde zij haar geerne

zodenzate en rust,

en zelve, als een simpel dienende deerne,

greep hoog de kruik ter schouder, en volgde ter cisteerne.

Turend, zonder kommer,

naar 't geplasch, het gesleep en gekrui

van de wasschers, draagsters en dragers,

voor de tenten ginder en hier bij de steenen bron,

lagen Kesed en Efer, haar zwagers,

uit loomheid niet eens in de lommer,

maar lang en lui

in het vette gras gestrekt en de zon.

Met schuine

blikken bleven zij uitloeren naar Zilpa, de dartele bruine,