is toegevoegd aan uw favorieten.

"Tamar"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uw zegelring, uw snoer, en uwen staf die in uw hand is. »

Hetwelk hij alles gaf.

Zoo gingen zij, en Tamar bracht haar offer.

Dat was een gruwelijk verzamen,

voor Nahors dochter wreeder

dan de dood.

Wanneer zij weder

uit de schaduwen te voorschijn kwamen,

zag Juda 't volle daglicht doffer,

den dalweg rood ;

en zeide : « Vrouw, waartoe die snikken in uwen sluier ? » Zij echter zweeg,

en werend af zijn arm en troostgeleide,

huiver krank, gebroken, zeeg

langs eenen boomstam neer en mateloos schreide. Toen zeide Juda : « Maak u op ; de menschen zien 't. » Maar zij bleef zitten. En hij zocht zijn vriend en gaande dorst niet om te blikken.

HET PAND.

Toen Juda zijnen vriend vervoegde,

was de middagzon gegroeid.

Dies stapten zij wat vlug.

Want voor den avond, welke telken dag vervroegde, zou Hira, na de lange baan nog onvermoeid,

met het beloofde loondier om het pand terug.