is toegevoegd aan uw favorieten.

Meivuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aanteekeningen.

De kinderen, die om eiers gaan zingen, zouden elk een takje bloeien- Bladz. 10. den hazelaar moeten in de hand houden. Een paar hunner moeten een draagkorf hebben, die met een met bordpapier versierden meitak vermooid is. De grootste van de kleine jongens zou, vóór allen, een brandende kaars of een kleine brandende toorts moeten dragen, tot herinnering aan de aloude meivuren.

Het is de uitdrukkelijke wensch van den schrijver, dat de meiboom Bladï. 16. geheel en al gelijke op dengenen, dien hij, in zijn kinderjaren, en heel zeker tusschen 1864 en 1872, eiken Meiavond vóór het huis zijner ouders zag oprichten. Levendig staat hem die meiboom nog vóór oogen:

1°, op een mast of staak een groen aangestreken kuip met een kleinen lauwerboom; 2°, beneden aan die kuip bevestigd een kruis in gesmeed ijzer, waarvan elke arm uitloopt in een naar beneden gekeerden haak; 3°, aan eiken van de vier haken een meihoed of kroon, de eerste beplakt met hemelsblauw, de tweede met groen, de derde met rood, de vierde met wit papier, elke kroon verzinnelijkend een van de vier jaargetijden en gekeerd naar een van de vierwindstreken: de hemelsblauwe (Lente)

naar 't Oost, de groene (Zomer) naar 't Zuid, enz.; 4°, uit de kronen hangen eierschalen en papieren schakel-girlanden; de eiers waren, overhand, goud en zilver, tot eer van zon en maan.

Onder den meiboom stonden twee met bloemen en loover versierde stoelen, vastgebonden aan elkaar, liefst zetels. Dat noemde men "den troon", en daarin moesten enkele minuten plaats nemen degenen, wien ter eer de boom geplant was. In Meivuur dus: meikoning en -koningin.

De rozenhoed is reeds in het gedicht van die Rose, in verzen 21082112, aldus beschreven:

Van blomen so draghet enen hoet,

want hi es van coste niet groet,

ochte te Meye van rosen soet:

dien mach elc vercrigen sciere,

want hine es van coste niet diere,

51 waar-