is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de dwingelandij der heeren de vrijheid van het volk als eene moeder uitbroedt. Nochtans, indien zij aan de voorrechten onzer stad dorsten raken, zou ik de eerste zijn, die u tot tegenstand zou aanmanen, maar echter nog niet door openbaar geweld ; er zijn andere wapenen, die men met meer veiligheid kan gebruiken. »

« Meester, » viel Jan Breidel in, « Ik begrijp u. Gij hebt altijd gelijk, alsof uwe woorden op perkament geschreven stonden. Het valt mij echter zeer lastig, die trotsche Fransche zoolang te dulden; want liever Saraceensch dan Waalsch !81 Maar gij zegt het zeer wel: hoe meer een vorsch zich opblaast, hoe gauwer bij barst. Ik moet het tegen dank bekennen, het verstand is bij de wevers. »

« Wel, meester Breidel, zoo ook zijn onversaagdheid en heldenmoed onder de beenhouwers. Indien wij deze twee deugden, voorzichtigheid en moed, steeds bij elkander voegen zullen de Franschen geen tijd hebben, om de boeien aan onze voeten vast te maken. »

De deken der beenhouwers gaf door eenen helderen glimlach zijne blijdschap over deze loftuiging te kennen.

« Ja, » antwoordde hij, « onder mijn ambacht zijn dappere mannen, meester Pieter. En de Walen zullen het wel eens weten, wanneer de bittere appel zal rijp zijn. Maar te goeder ure! Hoe zult gij de dochter van den Leeuw, onzen heer, aan de kennis der koningin onttrekken ? »

« Ik zal ze haar bij het zonnelicht laten zien. »

« Hoe dat, meester ? De jonkvrouw Machteld aan Johanna van Navarra laten zien ? Gij feilt in uw oordeel; ik geloof, dat gij ergens eenen slag op het hoofd gekregen hebt. »

« Neen, toch niet. Morgen, bij het intreden des vreemden meesters, zullen al de wolwevers onder de wapens zijn; de beenhouwers zult gij aanvoeren. Wat vermogen de Walen dan ? Niets, dit weet gij. Welnu, dan stel ik de jonkvrouw Machteld vooraan, dat Johanna van Navarra haar wel bemerke. Meteen weet ik, wat de