is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om de vlerken van het wangedrocht te korten. Andere wetten zullen de gemeente beheerschen; want de koppigheid heeft lang genoeg geduurd. Wees zeker, dat alles zoo wel ingericht is, dat Brugge met ootmoedigheid de nek zal buigen; en gij — zult het zonnelicht niet meer zien. »

« Gij dwingeland! » riep de deken der wevers. * schande van Vlaanderen! is het graf uwer vaderen niet in dezen bodem gedolven? Rust hun heilig gebeente niet in den schoot van het land, dat gij den vreemden verkoopt, o bastaard ? Het nageslacht zal u doemen om uwen handel ; uwe kinderen zeiven zullen uwen vloek op de bladeren der kronieken als eene verloochening schrijven. »

« Het is tijd dat uwe belachelijke lastertaal een einde neme,» viel van Gistel uit. « Mannen! men werpe hem in den kerker der misdadigers, totdat de galg hem ontvange. »

Op dit bevel werd de Coninc van de trappen der zaal in een onderaardsch vertrek geleid. Een ijzeren gordel omvatte hem de middel, en eene keten boeide zijnen linkervoet aan zijne rechterhand. Nadat hem het noodige brood en water gegeven was, werd de kerker toegesloten, en hij bleef alleen in het duister gevang zitten. De woorden des tolmeesters hadden hem de grootste droefheid gebaard; want de vrijheid zijner geboortestad was ernstig bedreigd. In zijn afwezen mocht het den Leliaarts wel gelukken met de Fransche krijgsbenden de stad in te nemen en het gebouw, waaraan hij zijn gansche leven gewqd had, te vernietigen. Dit was den volksvriend een schrikkelijk vooruitzicht. Wanneer hij soms zijne keten pijnlijk wrong en deed klinken, scheen het hem, dat hij zijne broederen aldus gebonden zag, en dat de schandelijkste slavernij hun ten deele was gevallen. Dan blonk een droeve traan op zijne wangen.

De Leliaarts hadden sedert lang onder elkander eenen verraderlijken aanslag ontworpen. Zij konden hunne heerschappij in Brugge op geene vaste gronden vestigen; daar al de poorters gewapend waren, was het