is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd was misvormd, stond in eene nis op het einde des vertreks. Vier soldeniers zaten bij eene zware eikenhouten tafel en speelden driftig met de teerlingen: eenige anderen stonden recht bij hunne makkers en volgden de kansen met nieuwsgierigheid na. Het was zichtbaar, dat deze mannen niet alleenlijk om te dobbelen daar gekomen waren; want de helm blonk op hunne hoofden, en breede degens hingen aan hunnen gordel, alsof zij zich tot den krijg uitgerust hadden.

Een der spelers stond na eenige oogenblikken van de tafel op en smeet de teerlingen met spijt van zich.

« Ik wensch u allen naar den duivel! » riep hij, « ik geloof dat de hand van dien ouden Bretoen niet zuiver is, » riep hij, « want het zou wonder zijn, dat ik niet eens in vijftigmalen zou winnen. Nu verveelt mij het spel; ik schei er uit. »

« Hij durft niet meer spelen! » riep de winner met zegepralende scherts. « Wat drommel, Jehan, uwe tasch is immers niet ledig ? En vlucht gij alzoo voor den vijand ?»

« Waag het nog eens, » sprak een ander, « misschien verandert de kans ditmaal. »

De soldenier, dien men Jehan noemde, bleef langen tijd in twijfel, of hij het lot nog eens zou beproeven; eindelijk stak hij de hand tusschen zijn wapenhemd en trok er een glinsterend juweel uit. Het was een halssnoer van de fijnste perelen en met gouden haken versierd.

« Daar, » sprak hij, « ik zet deze perelen tegen hetgeen gij van mij gewonnen hebt: het schoonste halssnoer, dat ooit op de borst eener Vlaamsche vrouw geblonken hebbe! Zoo ik ditmaal nog verlies, blijft mij geen haar van den buit over. »

De Bretoen nam het juweel in de hand en bezag het nauwkeuriglijk.

«Wel, dit gaat er om,» riep hij.«In hoeveel worpen? »

« In twee, » antwoordde Jehan, « werp gij eerst. »

Een hoop gouden geldstukken lag op de tafel nevens het kostelijk juweel. Alle oogen vestigden zich met angstige drift op de rollende teerlingen, terwijl de harten der spelers