is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangevallen en had zijnen slag zoo juist berekend, dat het hoofd van den voorsten soldenier met den helm uit de baan vloog. Door deze wonderdaad verschrikt en verbaasd, vlood de St.-Pol met zijnen overblijvenden makker in allerijl van het slagveld; zij dreven hunne peerden als pijlen voort, en verlieten den zwarten ridder met het innig geloof, dat hij zich van duivelskunst had bediend.

Dit gevecht had slechts eenige oogenblikken geduurd; want de slagen der strijders waren zonder tusschenpoos geweest; diensvolgens was de zon niet boven de kim, en de velden waren nog niet met hare stralen verlicht; echter klommen de dampen reeds boven het woud, en de toppen der boomen kleurden zich met liefelijker groen.

Wanneer de ridder zich meester van het slagveld zag en geene vijanden meer ontwaarde, steeg bij van zijn peerd, bond het aan eenen boom en naderde tot de roerlooze maagd. Zij lag uitgestrekt onder het lijk van den soldenier en gaf geen teeken van leven; de grond was rondom haar door de voeten der peerden geploegd en tot modder gekneed. Onmogelijk was het voor den zwarten ridder hare wezenstrekken te herkennen ; het bloed van den Franschman was op hare wangen met aarde gemengd en gestold, en hare lange lokken waren door de voeten der peerden in den grond getreden. Zonder langer onderzoek bief de ridder dit ongelukkig slachtoffer van den grond, en droeg het in zijne armen tot binnen de puinen van Nieuwenhove. Hier plaatste bij haar zachtjes op het gras van den voorhof, en ging in het overblijvende gedeelte van het gebouw. Tusschen al de staande muren vond hij nog eene zaal, waarvan het welfsel niet gevallen was en die nog tot schuilplaats kon dienen. De ruiten der vensters waren wel door de vlam gesprongen en gesmolten, maar de overige deelen waren nog in hun geheel; lange stukken van gescheurde tapijten hingen aan den wand, en gedeelten van verbrijzelde kasten lagen in wanorde op den vloer. De ridder raapte eenige dezer overblijfsels bijeen, en vormde er met planken, die hij er op schikte, eenen stapel van, die wel aan een legerbed geleek; dan scheurde hij de