is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog behagen, nu zij het hart, waaronder ik het leven ontving, doorstoken hebben. Vertrek gauw en ga met God opdat alles wel uitvalle ; ik ben dorstig naar de beloofde wraak. »

De Coninc verwijderde zich met deze woorden :

« Geheim en voorzichtigheid, vriend !»

Eer hij de legerplaats verliet, deed hij alles tot het vertrek der edele Machteld bereiden, en na met haar eenige oogenblikken gesproken te hebben, klom hij op eenen draver en verdween in de richting van Aardenburg.

Onderwijl waren de lichamen der moeder en der zuster van Breidel door de vrouwen gewasschen en gelijkt geworden. Zij hadden eerst eene tent van binnen met zwart laken behangen, en te midden dezer de twee lijken op eene legerstede uitgestrekt. Een somber doodskleed was hun deksel; de aangezichten alleen waren ontbloot. Rondom die plechtige legerstede brandden acht gele waskaarsen; een kruisbeeld, met een zilveren wijwatervat en eenige palmtakken, stond aan het hoofdeinde. Weenende vrouwen zaten prevelende er bij te bidden.

Onmiddellijk na het vertrek van de Coninc ging Breidel naar het bosch, en beval het werk te staken; hij zond alle ambachtslieden naar de tenten om te rusten, en kondigde hun aan, dat zij des anderendaags vóór het aanbreken van het daglicht moesten vertrekken. Na eenige verdere maatregels bevolen te hebben, om de vrouwen en kinderen in de legerplaats te doen blijven, begaf hij zich naar de hut, waar het lichaam zijner moeder gelijkt lag. Daar gekomen zijnde, zond hij de vrouwen weg en sloot de deur dicht.

Meer dan een aanleider kwam bij de tent om den deken te kunnen spreken, hetzij om onderrichtingen of bevelen te vragen. Maar, hoezeer zij ook aanklopten, kregen zij echter geen antwoord. In het eerst eerbiedigden zij de droefheid, waarin hun meester ongetwijfeld op dit oogenblik verzonken lag; maar toen zij reeds vier uren lang vóór de deur gewacht hadden, zonder dat het minste gerucht zich in de lijktent had doen hooren, kwam de vrees