is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij zijt leelijk, uwe uitgeteerde wangen verschrikken, uwe verdoofde oogen boezemen vrees en afgrijzen in; de man zelfs, dien gij uwen broeder noemt, heeft voor uwen doodschen blik gesidderd!

Terwijl deze duistere wanhoop haar hevig schokte, gevoelde zij, dat hare bevende beenen haar niet meer dragen konden. Met moeite ging zij tot bij eenen leunstoel en zakte slap en afgemat er in neder; zij verborg het hoofd in hare twee handen, alsof zij zich aan een pijnigend verschijnsel wilde onttrekken, en bleef in die houding zitten. Na eenige oogenblikken hoorde men niets meer in de kamer; de grootste stilte omringde haar, en zij beeldde zich in, dat men haar wreedelijk had verlaten.

Maar weldra voelde zij eene hand, die de hare drukte; zij hoorde eene teedere stem haar snikkend toeroepen :

« Machteld, Machteld! O, mijne ongelukkige zuster! »

Dan opende zij de oogen en zag Adolf weenend voor zich staan. Tranen rolden overvloedig van zijne wangen, en in zijne blikken glansden vurige genegenheid en diep medelijden voor haar.

« Ik ben leelijk* niet waar, Adolf? » zuchtte zij. « Gn* zijt bang van mij, gij zult mij niet meer als te voren beminnen ! •

De ridder verschoot bij deze woorden; hij bezag het meisje met eenen zonderlingen oogslag. Nochtans, hij herstelde zich even spoedig en antwoordde :

« Machteld, hebt gij aan mijne genegenheid kunnen twijfelen ? O, gij doet niet wel! In der waarheid, gij zijt veranderd. Wat ziekte, wat droefheid heeft u dus uitgeput, mijne arme zuster, dat de kleuren op uw gelaat vergaan zijn? Ik heb geweend en ben verschrikt geweest. Ja, maar het was uit medelijden, uit deernis met uw lot, jonkvrouw. Altijd, altijd zal ik uw vriend en broeder zijn, Machteld. Ik zal u troosten door een zoet nieuws, u genezen door blijde tijdingen! »

De jonkvrouw was allengskens tot een gevoel van vreugde overgegaan; de stem van Adolf had eene won-