is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke in drie scharen verdeeld waren. De eerste was uit duizend kruisboogschutters gevormd ; zij hadden slechts eene stalen borstplaat en eenen platten, vierkanten helm tot behoedwapen ; kleine kokers vol ijzeren schichten hingen aan hunne gordels, en lange degens aan hunne zijden. Het tweede gedeelte telde zesduizend mannen met knotsen, welke aan het dikke einde met schrikkelijke stalen punten waren beslagen. Het derde gedeelte bestond uit helmhouwers met lange bijlen. Al die mannen waren uit Gascogne, Languedoc en Auvergne gekomen.

Mijnheer Jacob de Chatillon, de landvoogd, voerde het bevel over de zesde bende. De talrijke gelederen bestonden uit drieduizend tweehonderd soldeniers te peerd. Op de wimpels hunner speren hadden zij vlammende bezems geschilderd, ten teeken dat zij Vlaanderen zuiver maken wilden; hunne peerden waren van de zwaarste uit het leger, en echter konden ze met moeite onder den last van al het ijzer, dat hen dekte, voortstappen.

Dan volgden de zevende en achtste benden; de eerste onder het bevel van Jean, graaf van Aumale, de andere onder den heer Ferry van Lotharingen. Elke dezer bestond uit tweeduizend zevenhonderd ruiters, altemaal mannen uit Lotharingen, Normandië en Picardië.

Mijnheer Godfried van Brabant met zijne eigene vazallen, ten getale van zevenhonderd weluitgeruste ruiters, vormde de negende bende.

Het tiende en laatste gedeelte van het leger was mijnheer Gui de St.-Pol toevertrouwd; met de achterwacht was hij belast en moest den legertros bewaken. Drieduizend vierhonderd ruiters van alle wapenen reden vooraan ; dan volgde nog eene wolk voetgangers met handbogen en slagzweerden; hun getal beliep tot bij de zevenduizend. Een gedeelte er van verwijderde zich in alle richtingen van het leger, en liep met brandende toortsen, om al wat maar vlammen kon te verdelgen.

Eindelijk volgden de ontelbare troswagens, met de tenten en het oorlogstuig beladen i2e.

Het Fransche leger, in tien benden verdeeld en boven