is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ügde, want hij was zoo blijde en sprak zulke losse schertsende woorden, alsof hij met kinderen hadde gekampt. Niettegenstaande zijne behendigheid viel er evenwel menig zweerd op zijn verroest harnas; maar terwijl een ander onder eiken dier slagen zou zijn gevallen, bleef broeder Willem onwrikbaar boven zijne geslachte vijanden staan. Al wie het ongeluk had hem te raken, viel op hetzelfde oogenblik voor zijn reuzenzweerd en bekocht het met den dood. Eensklaps zag hij mijnheer Louis de Glermont met zijne baniere een weinig verder staan.

« Vlaanderen den Leeuw! » riep broeder Willem. « Die standaard is mijnt »

Alsof hij doodgevallen ware, liet hij zich ten gronde gaan, kroop op handen en voeten onder de peerden door en stond nevens Louis de Glermont recht; van alle kanten vielen de zweerden op hem, doch hij wist zich zoowel te verdedigen, dat hem slechts eenige zware kneuzingen bezeerden. Hij liet niet merken, dat hij het op den standaard gemunt had, ja keerde er zelfs den rug naar toe; maar zich plotseling omkeerende, hakte hij den arm van den vaandrager in eens af en scheurde de gevallene baniere aan stukken.

Gewis zou de monnik daar den dood gevonden hebben, doch nu was de gansche slagorde reeds tot bij hem gekomen; de Franschen, welke om hem stonden, werden overhoop teruggedreven. De gulden ridder had de vijanden die den jongen Gwijde omringden, in eenige oogenblikken verstrooid, en hij ging zonder rusten voort, altijd vooruitdnngende. Met zijnen hamer verpletterde hij helmen en bekkeneelen, en vond niemand, die hem tegenstand bieden kon ; al wie door zijne slagen bedwelmd ten gronde viel, werd onder de voeten der peerden vertrapt. Gwijde naderde hem en sprak met haastige woorden :

« O, Robrecht, mijn broeder, hoe dank ik God, dat Hij u hier gezonden heeft! Gij hebt het vaderland gered... » 6

De gulden ridder antwoordde niet, maar plaatste zonen vinger op den mond, alsof hij zeggen wilde :