is toegevoegd aan uw favorieten.

De leeuw van Vlaanderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij meenden zich daardoor te redden; maar er kwam dadelijk een wever uit de menigte tot bij Jan van Gistel geloopen, en gaf hem zulken zwaren slag op het hoofd, dat hij hem den schedel aan stukken brak; de wever morde met doffe stem :

« Mijn vader heeft het u gezegd, dat gij op uw bed niet sterven zoudt, verrader! »

De anderen werden aan hunne wapenen herkend en als bastaarden neergehakt en doorkorven.

De jonge Gwijde kreeg medelijden met de nog overgeblevene ridders, die zich zoo moedig verweerden; hij riep tot hen, dat zij zich gevangen geven zouden, opdat het leven hun bewaard wierd. Overtuigd, dat moed en onversaagdheid hen niet meer helpen konden, gaven de ridders zich over en werden ontwapend; Jan Borluut kreeg hen onder zijne wacht.

De voornaamste dezer edele krijgsgevangenen, wier getal tot bij de zestig beliep, was Thibaud II, namaals hertog van Lotharingen; de overigen waren allen van hoogen stam en als dappere krijgers befaamd.

Nu bleef er geen enkele vijand meer op het slagveld te bevechten, maar in alle richtingen zag men de vluchtelingen zich voortspoeden om het gevaar te ontkomen. De Vlamingen gansch verwonderd, dat zij niet meer te strijden hadden, en nog gansch door de drift vervoerd, hepen bij hoopen door de velden, om de gevluchten te vervolgen; bij Sinte-Magdalena's pesthuizen achterhaalden zij eene bende van St.-Pols lieden en sloegen ze allen dood; een weinig verder vonden zij mijnheer Willem van Mosschere, den Leliaart, die nog met eenige anderen uit den strijd ontloopen was. Zich omringd ziende, bad hij om genade en beloofde, dat hij Robrecht van Bethune als een getrouw onderdaan zou dienen; maar er werd niet naar geluisterd ; de bijlen der beenhouwers benamen hem spraak en leven.

Dit duurde den ganschen dag, tot er geen enkele Franschman of Franschgezinde meer te vinden was.